“Steeds vaker gaan stemmen op om de specialistische behandeling van mensen boven een arbitraire leeftijdsgrens primair in handen te geven van geriaters. Ik ben het daar grondig mee oneens.” De oudere patiënt heeft wel recht op een multidisciplinaire benadering. Die is belangrijk om zowel over- als onderbehandeling te voorkomen en, rond die patiënt, alle verschillende splinters van de geneeskunde weer met elkaar te verbinden. Daarin ziet Blauw een rol weggelegd voor de specialist zoals de internist ouderengeneeskunde of de klinisch geriater. “Wij kunnen onze collega’s medisch specialisten ondersteunen bij de diagnostiek en behandeling van oudere patiënten. Ik zie daar veel meer heil in dan dat wij de behandeling overnemen, of deze patiëntengroep voor onszelf claimen.”

In 2050 zijn bijna 1 op de 10 mensen ouder dan tachtig jaar. Op dit moment wordt al 40% van de zorgkosten uitgegeven aan 65+ en 20% aan 80+. De kosten zullen verder stijgen terwijl deze nu al sneller stijgen dan ons bruto nationaal inkomen. “Tegen het einde van het leven kan de winst van het medisch handelen nauwelijks nog in levensduur uitgedrukt worden. Bij aandoeningen zoals kanker is het bijvoorbeeld gebruikelijk om de effectiviteit van de behandeling te meten in de toename van de zogeheten vijfjaarsoverleving. Bij mensen die ouder zijn dan de gemiddelde levensverwachting, is dat een absurde manier van meten. In het individuele geval betekent dit dat we goed moeten nadenken wat we kiezen.”

Kwaliteit van leven

In het algemeen wordt levenskwaliteit doorslaggevender naarmate men ouder wordt. “Wanneer levenskwaliteit belangrijker wordt dan levensduur, verandert de rol van de dokter. Belangrijke vragen zijn dan: kan deze persoon nog de regie over zijn eigen leven voeren, is hij of zij nog mobiel genoeg en heeft hij nog genoeg sociale contacten? Deze punten hangen uiteraard nauw met elkaar samen.”

Bij oudere patiënten is het extra belangrijk om de zorgvraag helder te krijgen en samen met de patiënt te besluiten wat eventuele interventies zouden kunnen of moeten zijn. “Daarvoor is een goed gesprek met de patiënt dat verder gaat dan het strikt medisch inhoudelijke, essentieel. Zo’n gesprek leidt er meestal toe dat je minder zult doen qua dure diagnostiek en behandelingen. Het grote probleem is dat zo’n gesprek tijd kost en tijd wordt niet betaald in de geneeskunde. Als we de zorg zinniger en zuiniger willen maken in het licht van een verouderende bevolking, laten we dan voortaan een gesprek als verrichting bekostigen. En als mijn collegae specialisten die gewend zijn om niet meer dan hooguit vijf minuten met dezelfde patiënt te praten, de kunst van het converseren verleerd zijn, dan moeten ze daarin gewoon bijgeschoold worden.”

Prof.dr. Gerard Jan Blauw is als hoogleraar interne geneeskunde, in het bijzonder de ouderengeneeskunde verbonden aan het Leids Universitair Medisch Centrum. Ga voor meer informatie naar www.vanspecialisatienaarbasiszorg.nl