Wie een ziekte heeft, krijgt meestal dezelfde ‘standaardbehandeling’ als andere patiënten met die ziekte. Maar de ene patiënt is de andere niet. “Bij de een werkt een behandeling heel goed, bij de ander veel minder”, vertelt Voest. “We weten nog niet goed wat bij een bepaalde patiënt het best werkt. Daardoor heeft een patiënt soms helemaal geen voordeel van een behandeling en alleen maar last van de bijwerkingen. Bovendien biedt dit aan nieuwe medicijnen geen eerlijke kans om zich te bewijzen. De ontwikkeling van maar liefst vijfennegentig procent van alle nieuwe middelen wordt in een vroeg stadium stopgezet vanwege onvoldoende resultaten.”

Veel innovaties

De afgelopen jaren is de kennis over de achtergronden van ziekten enorm toegenomen. Centraal daarbij staat het DNA. Het is al lang bekend dat kanker wordt veroorzaakt door veranderingen, oftewel mutaties, in het DNA. “Daarvan afgeleid zijn er veel medische innovaties”, zegt Voest. “Het is mogelijk om vrijwel het hele DNA van een tumor in kaart te brengen en te achterhalen waar de mutaties zich bevinden. Er is ook steeds meer kennis over microRNA’s, die  biologische processen in het lichaam regelen. Er zijn tevens grote stappen gemaakt in de proteomics: het grootschalig bestuderen van alle eiwitten in cellen.”

De huidige technologie maakt het mogelijk om alle kennis te vertalen naar diagnostiek. Dat levert grote hoeveelheden data op over een patiënt. “Die bevatten de sleutel waar bij die patiënt de kwetsbaarheid zit van de kanker. Als je dat weet, kun je veel gerichter medicijnen inzetten. Medicijnen waarvan je dan weet dat ze zeer waarschijnlijk bij die patiënt zullen werken.”

Volgende stap

Het is nog wel een uitdaging om alle medische data over een patiënt goed te interpreteren. “Dat wordt de belangrijke volgende stap voor de komende jaren”, verklaart Voest. “De techniek is inmiddels goed genoeg, maar het ontcijferen is mensenwerk. Dat is soms lastig, want zelfs binnen één tumor zijn niet alle cellen hetzelfde. Bio-informatici zullen daarin een grote rol gaan spelen. En ook systeembiologen, die processen in het lichaam integraal bekijken en dat koppelen aan de ziekteverschijnselen bij de patiënt. Zo breng je klinische informatie samen met de gegevens over de tumor.”

Omdat het door de diversiteit aan tumoren niet mogelijk is om in één ziekenhuis voldoende informatie te verzamelen, hebben bijna alle UMC’s en een aantal STZ-ziekenhuizen zich aangesloten bij het CPCT: Center for Personalized Cancer Treatment. Voest legt uit: “Alle kennis over tumoren brengen we bij elkaar in een grote database. Die bevat klinische, pathologische en genetische gegevens en we combineren die met gegevens van CT- en MRI-scans. Gegevens van een patiënt kunnen we dan in de toekomst spiegelen aan die grote databank. Daaruit komt dan een advies over de behandeling die het best past bij die patiënt. Er is inmiddels al veel informatie uit stukjes tumorweefsel vastgelegd. En hoe meer informatie we verzamelen en delen, hoe beter we uiteindelijk een behandeladvies op maat kunnen geven.  Dit is een ontwikkeling die nu al aan de gang is. Dit is echt de weg die we de komende jaren op gaan.”