Maarten van der Weijden
Voormalig Marathonzwemmer

Tijdens zijn ziekteproces ondervond hij aan den lijve het belang van onderzoek en innovatie. Eén van de redenen ook, waarom de voormalig topsporter zich nu actief inzet in de zorg. De periode van ziek zijn en herstel heeft logischerwijs een enorme impact gehad op het leven van Maarten van der Weijden (34). Een impact die zich nu - jaren na de diagnose, de behandelingen en zijn herstelperiode - onder meer uit in de wens om het verschil te maken.

Dat probeert de ex-topsporter bijvoorbeeld door zich met verschillende functies in te zetten in de zorg. “De tijd in het ziekenhuis betekende een omslag. Ineens werd ik afhankelijk van de medische wereld in plaats van zelf de controle te hebben zoals ik gewend ben. Ik had gelukkig een fijne groep artsen om me heen die eerlijk was over de kans dat ik het ook níet zou kunnen halen. Hoewel ik erachter kwam dat er ook schoonheid schuilt in vergankelijkheid, was het een inktzwarte periode met veel angst en pijn.”

Inzet

Hij had het geluk – want zo ziet Van der Weijden dat vooral – dat een stamceltransplantatie aansloeg en hij uiteindelijk toch helemaal herstelde. “Dat ik de transplantatie kon krijgen komt doordat er direct onderzoek naar is verricht. Fantastisch. Tegelijkertijd voelde ik veel saamhorigheid met andere patiënten en vroeg ik me af waarom het met mij wel beter ging en met een maatje van me niet. En: wat ik daaraan zou kunnen doen. Vorig jaar heb ik mijn baan als financial manager opgezegd om andere kansen vanuit sport en gezondheid te verkennen. Zo zet ik me onder meer in als vrijwilliger van KWF Kankerbestrijding. Ik bezoek bijvoorbeeld evenementen om patiënten te spreken en te motiveren, en om geld in te zamelen voor onderzoek.”

Onderzoek voor vooruitgang

Onderzoek is volgens Van der Weijden de enige manier om vooruitgang te boeken in de bestrijding van ziekten. Met enige regelmaat berichten media over doorbraken hierin. Stemt dat hoopvol? “Ik ben wat sceptisch. Alleen de ziekte kanker is al zo complex, dat een doorbraak in de praktijk soms tegenvalt en vaak maar voor een kleine groep en pas over jaren toepasbaar is. Niettemin is er al veel vooruitgang geboekt en zijn de overlevingskansen gestegen. Maar de ontwikkelingen voltrekken zich langzaam. Reden dus waarom er nog meer aandacht moet zijn voor onderzoek.”

Samenwerking is een factor die daaraan een positieve bijdrage kan leveren, meent hij. Door ziekenhuizen, tussen artsen onderling en door het beschikbaar maken en uitwisseling van data. “Er zitten een hoop haken en ogen aan, dat wel. Maar meer inzicht in data van patiënten en hun behandeling kan verbanden aantonen. Daarvoor is standaardisatie van behandelingen vereist. Alleen al voor borstkanker variëren de behandelingen enorm. Dat maakt het niet eenvoudig om vergelijkingen te maken en inzicht te krijgen in waarom een behandelwijze bij de een wel aanslaat en bij de ander niet. Een meer gestandaardiseerde behandeling en data-uitwisseling maken het vinden van correlaties eenvoudiger. Zo kun je subgroepen van patiënten vormen waarop de behandeling kan worden aangepast, zodat er uiteindelijk een ontstaat op maat van de patiënt. Dat vereist wel samenwerking op hogere niveaus.”

In gesprek

Ook internationaal kan meer worden ingezet op samenwerking. Landen moeten volgens Van der Weijden de handen ineen slaan om een goed tegenwicht te bieden in de dialoog met de farmaceutische industrie over de prijs en toegankelijkheid van medicijnen. “Maar om meer te bereiken moeten alle partijen in de medische keten met elkaar in gesprek, zodat ze ook elkaars belangen begrijpen. Cruciaal is daarin de patiënt, want het gaat natuurlijk om hem of haar. Hoewel die al een belangrijkere stem heeft gekregen, moet die groter worden. Alleen al 1 op de 3 mensen in Nederland krijgt kanker, dat heeft natuurlijk een ontzettende impact op heel veel mensenlevens. Daarom is medische innovatie zo belangrijk.”