Stotteren is een stoornis in het vloeiend spreken. De eerste symptomen zie je wanneer een kind in  zinnen gaat praten. Hulp vergroot de kans op herstel heel erg. “Als een kind na een tijdje nog stottert, ga dan hulp zoeken bij een logopedist” raadt Bast aan.

“Totaal herstel is dan goed mogelijk. Na een tijdje wordt het moeilijker; het is nog mogelijk, maar bij volwassenen is het doel ook om te leren er goed mee om te gaan.”

Topje van de ijsberg

Angst, schaamte, schuldgevoel, ontkenning, hopeloosheid. Dat voelen stotteraars. Veel mensen zien dat niet. “Het enige zichtbare is het stottergedrag, maar daaronder schuilt zoveel meer. Stotteren wordt wel vergeleken met een ijsberg.

Het openlijk stotteren met zijn blokkades, herhalingen en ongewilde pauzes is voor iedereen merkbaar, dus ‘boven water’. Daarnaast heb je het verborgen stotteren; dit deel is voor de buitenwereld onzichtbaar, ‘onder water’. Het kan nog belangrijker zijn dan het openlijk stotteren; vermijden van moeilijke woorden, de spreekangst en de minderwaardigheidsgevoelens.

Zelf-acceptatie

Bast, die zelf ook stottert, zegt dat acceptatie de eerste stap is om ermee om te gaan. “Daarnaast moet je de tools krijgen om te leren ontspannen en stevig in jezelf te staan. Dat gaat niet zomaar, die houding moet je oefenen.

Iedere keer in een nieuwe situatie weet ik dat ik stotter. Mijzelf voorstellen is ook steeds weer een drempel. En kijk mij graag normaal aan en geef me de tijd om zelf de zin af te maken.”

Veel mensen die stotteren trekken zich terug uit de samenleving, omdat zij zich niet durven te uiten. Dat is zonde, vindt Bast. “Mensen die stotteren zijn even slim als anderen en hebben normale capaciteiten. Die talenten gaan vaak verloren.

Zij moeten juist hulp zoeken om die vicieuze cirkel van angst, spanning en stotteren te doorbreken, zodat zij volwaardig deel kunnen nemen aan de maatschappij.”

Erfelijk

Van studies met tweelingen was al bekend dat stotteren voor een groot deel erfelijk bepaald is. Nu zijn er ook genen aangetoond die met stotteren samengaan, en dit wordt verder onderzocht.

“En al is er een erfelijke factor, dit betekent niet dat je er niets aan kunt doen en zeker niet dat je niet verder kunt komen in het leven,” meent Bast. “Douwe Bob en Miss Montreal zijn daar mooie voorbeelden van. Daar moeten we ons heel goed van bewust zijn.”

Informatie en contact

De NFS geeft informatie via internet (http://www.stotteren.nl/ ) of persoonlijk (030-2333336). Bij de patiëntenvereniging Demosthenes kunnen stotteraars in contact komen met lotgenoten.