Wat houdt gentherapie precies in?

“Bij gentherapie anticipeer je op een fout in het DNA. DNA is het receptenboek van ons lichaam. Soms bevat zo’n recept een fout, waardoor bijvoorbeeld een enzym niet of niet goed gemaakt wordt. Met een ‘reguliere’ behandeling zou je levenslang het enzym toedienen, zoals bij het spuiten van insuline bij diabetespatiënten. Bij gentherapie corrigeer je het recept, waardoor het lichaam weer in staat is het enzym aan te maken.”

Hoe wordt een genetisch defect aangepakt?

“Het doel van gentherapie is om bij een patiënt middels een enkele behandeling een mogelijk levenslang effect tot genezing te bewerkstelligen. Daar komt heel wat bij kijken. Het ‘goede’ DNA moet blijvend, in de juiste hoeveelheid, op de juiste plek in het lichaam terechtkomen. En dan hebben we het niet alleen over de juiste plek in het lichaam, maar ook in de kern van de cel en op de juiste plek in het DNA. Om dat te bewerkstelligen worden gemodificeerde virussen gebruikt, die als een moleculaire postbode het DNA op de juiste plek bezorgen. Dat is technologisch supercomplex.”

Voor welke aandoeningen kan gentherapie volgens u nuttig zijn?

“In theorie kan gentherapie een uitkomst zijn voor alle aandoeningen waarbij er sprake is van een defect in het DNA. Wereldwijd investeren biotechbedrijven momenteel enorm in onderzoek en ontwikkeling van gentherapie. Het zijn spannende tijden; de eerste therapieën vinden nu hun weg naar patiënten.

Een van de eerste geregistreerde toepassingen is de gentherapie voor ADA-SCID, een zeldzame ziekte die ook wel bekend staat als ‘bubble boy disease’. Voor een veelheid van andere aandoeningen vindt klinisch onderzoek plaats, in uiteenlopende fasen van ontwikkeling. Die veelheid varieert van oogziekten tot bloedstollingsziekten en spierziekten.”

Wat kan gentherapie volgens u specifiek betekenen bij zeldzame ziekten?

“Veel zeldzame ziekten hebben een genetische oorzaak én zijn zeer ernstig. Daardoor is de urgentie en noodzaak om een behandeling te vinden hoog. Echt nieuwe technologieën, zoals ook gentherapie, bewijzen zich vaak voor het eerst in het zeldzame-ziektedomein.

De kleine patiëntenaantallen maken de klinische studies en het traject om goedkeuring te krijgen meer overzichtelijk. Echte doorbraken in behandeling worden vaak bij zeldzame ziekten behaald, voordat de technologie in de behandeling van meer voorkomende ziekten wordt toegepast.”

Waarom wordt gentherapie niet vaker toegepast?

“Dat heeft alles te maken met de complexiteit en nieuwheid van de technologie. Sinds de opheldering van de structuur van DNA, in de jaren ’50 van de vorige eeuw, is er veel vooruitgang geboekt. Iedereen kan bedenken dat bij het ontbreken van een stof je dat kunt repareren in het DNA, maar het ontwikkelen van gentherapie is andere koek.

De ontwikkeling van een regulier geneesmiddel duurt standaard al tien tot 15 jaar. Hoewel er nu verschillende positieve resultaten zijn behaald, is er nog weinig bekend over de langetermijnoverleving van mensen die gentherapie hebben gehad. Daarnaast is gentherapie niet alleen wetenschappelijk nieuw, ook op andere fronten vraagt deze therapie nieuwe kaders.

In theorie kan gentherapie een uitkomst zijn voor alle aandoeningen waarbij er sprake is van een defect in het DNA.

Niet elk ziekenhuis kan zo’n hoogtechnologische behandeling leveren. En hoe gaan we gentherapie financieren? De vergoeding is niet ingericht op een eenmalige behandeling met mogelijk levenslang effect. Bij een eenmalige investering wordt het prijskaartje bijzonder hoog. Gentherapie vergt over de hele linie nieuwe kaders. Er wordt veel vooruitgang geboekt, maar het gaat langzaam.”

Zijn er nog meer obstakels?

“Veel aandoeningen zijn weer onderverdeeld in verschillende vormen, de zogenoemde subtypen, en dat zijn dus eigenlijk weer ziekten op zich. Nu is de situatie zo dat elk subtype -als er gentherapie voor kan worden ontwikkeld- apart zou moeten worden onderzocht, getoetst en goedgekeurd. Dat maakt de ontwikkeling ervan kostentechnisch moeilijk haalbaar. En het zorgt ervoor dat het hele proces enorm veel tijd in beslag neemt.”

Wat moet er volgens u gebeuren?

“Ik denk dat de ontwikkelprocessen rondom gentherapie een stuk efficiënter kunnen worden ingericht. Dat heeft onder meer met regelgeving te maken. Zo zou het mogelijk kunnen zijn om voor een aandoening één algemene gentherapie te ontwikkelen, met voor elk subtype een aanpassing hierin. Zie het als een andere postcode voor elk type.

Verder is het zo dat verzekeraars behandelingen direct moeten vergoeden en dat betekent hoge kosten in het geval van gentherapie. Maar áls deze aanslaat, heeft een patiënt hier nog jaren baat bij en maakt hij voor de ziekte geen medische kosten meer. Er valt daarom te denken aan het opdelen van de kosten; in gedeelten betalen dus.”

En hoe kijkt u daarnaar in relatie tot zeldzame ziekten?

“Van de duizenden zeldzame ziekten bestaat er tot nu toe slechts voor 100 een behandeling. Je kunt nooit genoeg ondernemen tegen zeldzame ziekten. HollandBIO ziet veel mogelijkheden voor het sneller en beter ontwikkelen van geneesmiddelen.

Het is van belang om het patiëntenperspectief centraal te stellen in elke fase van geneesmiddelenontwikkeling. Daarnaast kan de inzet van betere modellen en slimme diagnostica helpen, evenals een systeem waarin regels voor goedkeuring en vergoeding naadloos op elkaar aansluiten.”