Nederland telt ruim 2.100 optiekwinkels. Ongeveer de helft daarvan is onderdeel van een grote keten. De rest (bijna 1.200) is zelfstandig en bevindt zich in het midden- en bovensegment van de markt. De optiekbranche is flink in beweging. Momenteel ais er veel communicatiegeweld aan de onderkant van de markt. De prijsvechters laten op radio en televisie duidelijk van zich horen. En onder dat segment ontstaat een nieuw segment, namelijk van internetaanbieders en drogisterijformules. Dat is een soort discountsegment met nòg lagere prijzen.

Vertrouwen

Het is nog de vraag of deze ontwikkeling gunstig is voor de consument. Men is weliswaar goedkoper uit, maar de ketens zijn sterk volumegedreven en ze lijken erg op elkaar. Concurreren op prijs gaat onherroepelijk ten koste van kwaliteit. En contactlenzen kopen bij de drogist vind ik niet verstandig: er is geen oogmeting en je krijgt geen voorlichting en begeleiding.

“Bij zelfstandige opticiens betaal je meer, maar daar krijg je veel voor terug.”

Bij zelfstandige opticiens betaal je meer, maar daar krijg je veel voor terug. De zelfstandige winkels kennen hun klanten en nemen de tijd voor hen. Dat schept vertrouwen. Bovendien is het assortiment aan brillen vaak breder dan in een ketenwinkel. Bij ketens gaat het vaak om grote volumes die ver weg en goedkoop worden gemaakt. Zelfstandigen bieden vaak meer keuzemogelijkheden, bijvoorbeeld innovatieve brilmonturen van hout of carbon. Daarnaast kiezen zorgverzekeraars er vaker voor om ook met zelfstandige opticiens samen te werken, die de totale afhandeling van de declaratie bij de zorgverzekeraar kunnen verzorgen.

Beleving

Brillenglazen worden dunner, de kwaliteit van bijvoorbeeld multifocale glazen wordt beter en de apparatuur in de winkels wordt meer geavanceerd. Mooie trends, maar je moet als opticien wel zorgen dat de klant redenen heeft om bij jou terug te komen. Dat betekent dat ‘beleving’ een steeds grotere rol gaat spelen. Je moet zorgen dat je winkel een eigentijdse uitstraling heeft. Een bril is een mode-artikel geworden. Vooral jongeren dragen niet alleen een bril omdat zij slechte ogen hebben, maar ook omdat ze hip willen zijn. Daar moet je als opticien bij aansluiten, bijvoorbeeld door actief te zijn met social media of door virtuele demo’s te bieden. Dat spreekt jongeren aan. Ik denk dat opticiens zich wat dat betreft nog wel iets meer kunnen profileren. Daar maak ik me ook sterk voor.

Voorpoortaal

Door de vergrijzing van de bevolking hebben steeds meer mensen een bril nodig. Zowel vergrijzing als verjonging biedt dus kansen voor de optiekbranche. We zien ook dat het aantal optometristen bij opticiens toeneemt. Zij werken nauw samen met oogartsen in ziekenhuizen. Deze opticiens kunnen fungeren als een laagdrempelig voorpoortaal van het ziekenhuis en meehelpen om de kosten in de zorg beheersbaar te houden.
Wat betreft opleiding heeft een opticien de vierjarige basisopleiding gedaan. Daarna zijn er specialisaties, onder meer naar optometrist of contactlensspecialist.
Er gaan wel stemmen op om de opleiding tot opticien te verkorten, tot drie of zelfs twee jaar. Dat baart mij zorgen. Ik vind de Nederlandse optiekbranche op een goed niveau, en dat moeten we vooral zo houden. Ik zou juist méér tijd en geld willen voor opleiding. Als we dat gaan verminderen, kan dat averechts werken. Dan komen waarschijnlijk meer mensen met oogklachten in het ziekenhuis terecht. En dat is veel duurder.