“Aanvankelijk kon ik een klein beetje zien, maar dat is steeds minder geworden”, vertelt van der Kolk. “Tot een jaar of vijf geleden kon ik het pad zien waarop ik liep.

Nu kan ik alleen nog licht en donker onderscheiden. Het bepaalt je leven”, zegt Van der Kolk over de impact van zijn oogaandoening. “Vooral op het gebied van mobiliteit en informatieverwerking heeft het enorm veel effect. Je herkent mensen niet, moet altijd geconcentreerd blijven in het verkeer. Ook het gebruik van computers vraagt extra inspanning.”

Op een blindeninstituut werd Van der Kolk als kind getraind in met een blindenstok lopen en kreeg hij brailleonderwijs. Later volgde hij diverse opleidingen, tot op hbo niveau. Hij werkte bij de gemeente, onder meer als bijstandsconsulent en beleidsmedewerker P&O. Drie jaar geleden kon hij stoppen met werken en maakte dankbaar van die gelegenheid gebruik.

Niet bij de pakken neerzitten

Het zit absoluut niet in zijn karakter om bij de pakken neer te gaan zitten en dat heeft Van der Kolk ook nooit gedaan. Met zijn stok kan hij op straat -zeker in een vertrouwde omgeving- goed uit de voeten. Aan de weerkaatsing van het geluid na een tik met de stok kan hij vaak al horen dat hij bijvoorbeeld een muur of een boom nadert. Hij kent blinden die met computernavigatie lopen. “Ik houd mijn oren liever vrij, daar voel ik me veiliger bij.”

Vrij normaal leven

Op zijn computer heeft Van der Kolk software geïnstalleerd voor braille en spraak. De krant leest hij op de pc, maar als hij een boek wil lezen, bestelt hij een brailleboek. “Dat leest prettiger, vind ik. Voor in huis is het wel steeds lastiger om apparatuur te vinden die bedienbaar is met knoppen in plaats van touch screen. De thermostaat geeft op 20 graden twee piepjes. Van daaruit kan ik dan de knop met kleine, voelbare tikjes telkens een halve graad omhoog of omlaag draaien.”

Eigenlijk kan Van der Kolk ondanks zijn handicap een vrij normaal leven leiden, blijkt uit zijn verhaal. “Mijn partner hoeft echt niet voortdurend in de buurt te zijn. Ik heb mij zelf aangewend om zoveel mogelijk zelfstandig te doen en dat gaat me over het algemeen goed af, vind ik zelf.”