Professor dr. Maikel Peppelenbosch

Hoogleraar experimentele Gastro-Enterologie Erasmus Medisch Centrum

Meedoen is eenvoudig

Mannen en vrouwen tussen de 55 en 75 jaar krijgen een pakketje thuisgestuurd met informatie over het onderzoek en een buisje waarin zij met een bijgeleverd lepeltje een kleine hoeveelheid ontlasting kunnen doen. Daarna kan het buisje in een kant en klare envelop naar het laboratorium worden gestuurd. De ontlasting wordt vervolgens onderzocht op de aanwezigheid van sporen van bloed.

Vervolgonderzoek

“Worden er sporen aangetroffen dan ontvang je een uitnodiging voor een vervolgonderzoek”, vertelt prof. Dr. Maikel Peppelenbosch, hoogleraar experimentele Gastro-Enterologie aan het Erasmus Medisch Centrum. “Dat vervolgonderzoek is heel belangrijk. Als tijdens dat onderzoek poliepen worden ontdekt, kunnen die vrijwel altijd direct worden verwijderd. Die poliepen kunnen daardoor niet meer uitgroeien tot kanker.

Ook is het mogelijk dat tijdens het onderzoek darmkanker wordt ontdekt. Veelal is ook die kanker in een vroeg stadium. Hoe eerder je kanker ontdekt, des te beter de behandelmogelijkheden en de behandelresultaten. Ook als de kanker al vergevorderd is, is het belangrijk dat te ontdekken. Wij kunnen dan, vaak al voordat pijnklachten ontstaan, de best passende behandeling aanbieden.”

Hoe eerder je kanker ontdekt, des te beter de behandelmogelijkheden en de behandelresultaten.

Tijdige opsporing van levensbelang

Een van de kenmerken van dikke darmkanker is dat klachten vaak pas in een laat stadium optreden. Behandeling is dan doorgaans uitsluitend gericht op het verminderen van de klachten en, indien mogelijk, verlenging van het leven. Genezing is dan vaak niet meer mogelijk. “Het is dus zaak om mensen met een verhoogd risico op het ontwikkelen van dikke darmkanker in een zo vroeg mogelijk stadium op te sporen”, legt Peppelenbosch uit.

“Nu heeft deze vorm van kanker een eigenschap die in ons voordeel werkt. Darmkanker ontwikkelt zich vaak maar heel langzaam. Het duurt soms tot tien jaar voordat een poliep uitgroeit tot een tumor. In de meeste gevallen start die ontwikkeling tussen het 55e en 75e levensjaar. Als je die groep mensen allemaal screent, kun je in veel gevallen darmkanker in een vroeg stadium, nog voor klachten zich ontwikkelen, opsporen. Daardoor zullen op termijn veel minder mensen darmkanker krijgen en zullen er ook veel minder mensen aan overlijden.

Nu krijgen ieder jaar zo’n 12.000 mensen te horen dat zij darmkanker hebben. Helaas is dat voor veel van hen, omdat de ziekte nu nog vaak pas in een laat stadium wordt ontdekt, ook de ziekte waaraan zij zullen overlijden.”

Niet verplicht, wel verstandig

Ongeveer 73 procent van de mensen die een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek ontvangt maakt van deze kans gebruik. Hiermee heeft Nederland wereldwijd de hoogste deelname aan een landelijk georganiseerd bevolkingsonderzoek naar dikke darmkanker. Maar het betekent ook dat een op de vier mensen niet deelneemt aan het onderzoek. “Dat is jammer”, oordeelt Peppelenbosch. “Het is namelijk, op een duur privéonderzoek in het buitenland uitgezonderd, de enige kans om deze vorm van kanker in een vroeg stadium te ontdekken.

Als meer mensen deelnemen maakt dat de onderzoeksgegevens nog betrouwbaarder waardoor de screening in de toekomst nog gerichter kan worden uitgevoerd. Dat maakt het dan wellicht mogelijk kanker vaker en in een nog vroeger stadium te ontdekken en te behandelen.”