Wil Janssen

Janssen zou in november 2006 een paar weken op vakantie gaan naar Indonesië. De reis was al geboekt, maar toen werd zijn zoon ziek. “Daarom hebben we die reis afgezegd”, vertelt Janssen. “Dus we waren begin november thuis. Toevallig was dat de tijd dat het eerste proef-bevolkingsonderzoek voor darmkanker werd gedaan. Dat gebeurde in twee plaatsen in Nederland.”

Spoed

Janssen en zijn vrouw deden mee aan het onderzoek, waarvoor een klein beetje ontlasting wordt onderzocht in het laboratorium. Een week later kregen zij de uitslag. “Bij mijn vrouw was het goed, maar ik moest mij met spoed melden in het ziekenhuis. Het bleek dat mijn dikke darm zo vol zat met gezwellen dat die bijna afgesloten was. Mijn dikke darm is daarom helemaal verwijderd. Ik kreeg te horen dat het niet goed was afgelopen als ik op vakantie was gegaan. Zo erg was het.”

De operatie om zijn dikke darm te verwijderen was wel ingrijpend, maar Janssen is daar goed uitgekomen. Bij mensen bij wie de dikke darm wordt verwijderd, wordt meestal een stoma aangelegd. Maar Janssen koos voor een zogeheten pouch: een soort reservoir dat gemaakt wordt van de dunne darm. “Daardoor moet ik tien keer per dag naar het toilet, maar dat is het enige dat ik er aan heb overgehouden.”

Voorstander

Janssen weet dat er wel discussie was over het nut van het onderzoek. Maar hij is er groot voorstander van. “Ik ben marineveteraan en bestier een veteranencafé. Ik zie regelmatig mensen van mijn leeftijd wegvallen, ook door darmkanker. Dan denk ik: hoe kun je nou tegen een bevolkingsonderzoek zijn? Baat het niet dan schaadt het niet. Het kan je leven redden.”
Zijn advies aan anderen is dan ook om mee te doen aan het onderzoek.

“Gewoon dóen als het je aangeboden wordt. Het is niet zo ingrijpend, ook het darmonderzoek zelf valt wel mee.” Janssen vindt dat hij door het oog van de naald is gekropen. Hij had immers nergens last van en voelde zich niet ziek. “Ik was alleen een beetje afgevallen, maar verder merkte ik niets. Ik had geen idee dat er iets ernstigs aan de hand was. Feitelijk heeft mijn zoon mijn leven gered door ziek te worden.”