Met dit buisje kan eenvoudig wat ontlasting worden afgenomen en dat kunnen zij vervolgens opsturen voor een eerste test. Deelname is gratis en niet verplicht.

Het onderzoek wordt gefaseerd ingevoerd. In januari 2014 hebben de eerste mensen een uitnodiging ontvangen. In 2019 hebben alle mensen die binnen de doelgroep vallen ten minste één keer een oproep met thuistest ontvangen.

De reden voor de geleidelijke invoering is dat er tijd nodig is om voldoende zorgverleners op te leiden voor het vervolgonderzoek. Bij een ongunstige uitslag van de thuistest (bloedsporen in de ontlasting) volgt een intakegesprek en vaak ook een coloscopie in een ziekenhuis of endoscopiecentrum. Het streven is de wachttijd voor dit vervolgonderzoek kort te houden. Op die manier kunnen deelnemers bij een ongunstige uitslag zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen en nader onderzocht, en zonodig ook behandeld worden.

Buitenlandse interesse voor bevolkingsonderzoek darmkanker

Nederland mag dan geen voorloper zijn met de introductie van een bevolkingsonderzoek darmkanker, we hebben een succesformule waar andere landen jaloers op zijn. “Er komen veel verzoeken uit het buitenland voor een werkbezoek”, vertelt prof. Ernst Kuipers, coördinator bevolkingsonderzoek darmkanker voor Europa en het Midden-Oosten.

“Vooral de hoge deelname wekt interesse: het eerste jaar stuurde eenenzeventig procent van de aangeschreven senioren de thuistest in.” De belangrijkste voordelen van het Nederlandse concept zijn volgens Kuipers het strak georganiseerde programma, de tweetrapsraket, de kwaliteit van het onderzoek en het ICT-systeem dat het omvangrijke bevolkingsonderzoek ondersteunt.

“In de Verenigde Staten bestaat het bevolkingsonderzoek darmkanker al veel langer, net als in Canada, Frankrijk en Engeland. Het is inmiddels in vijftig landen geïntroduceerd, maar bijna overal is de deelname vele malen lager dan bij ons. Andere landen zetten bijvoorbeeld alleen een advertentie in de krant of doen de inschrijvingen via een website. Duitsland bereikt bijvoorbeeld per jaar maar één procent van de doelgroep, dan heb je na tien jaar nog maar tien procent.”

Laagdrempelige test

De hoge deelname komt ook doordat deelname aan het onderzoek niet belastend is, legt Kuipers uit. “De tweetrapsraket zorgt ervoor dat we een groot deel van de doelgroep bereiken, omdat de ontlastingstest niet invasief is en heel eenvoudig uit te voeren. Door die lage drempel doen veel mensen mee. In de informatievoorziening leggen we goed uit dat bij een ongunstige uitslag een vervolgonderzoek nodig kan zijn.

Ook daarmee onderscheidt het bevolkingsonderzoek zich ten opzichte van veel andere landen: de onderzoeken zijn uiterst nauwkeurig en worden door goed opgeleide zorgprofessionals uitgevoerd. Mensen die de coloscopieën doen in de diverse medische centra zijn hier speciaal voor gecertificeerd. Dankzij het geavanceerd ICT-systeem kunnen we bijvoorbeeld de resultaten van een tweede of derde tweejaarlijkse test goed vergelijken met eerdere resultaten.”

Kuipers, die als maag-, darm- en leverarts jarenlang onderzoek deed en de noodzaak bepleitte van een bevolkingsonderzoek darmkanker, is inmiddels voorzitter van de Raad van Bestuur van het Erasmus MC maar nog steeds zeer betrokken. “Ik zit in de programmacommissie die het bevolkingsonderzoek begeleidt. Wij hebben in de regio Rotterdam het proefbevolkingsonderzoek gedaan dat nog steeds loopt, en binnen de World Endoscopy Organization zet ik mij in voor wereldwijde invoering van het bevolkingsonderzoek darmkanker.”

Vroege opsporing

De resultaten van het eerste jaar in Nederland waren verrassend, schetst Kuipers. “Verwacht was zestig procent deelname, dat is dus meer dan zeventig procent geworden. Van de deelnemers had ongeveer zeven procent een positieve testuitslag, dat wil zeggen dat er bloed is aangetroffen in de ontlasting.

De meesten van hen hebben vervolgens een coloscopie laten doen; bij 8 procent werd darmkanker gevonden en bij 38 procent gevorderde poliepen. Al met al is bij ongeveer twintig van elke duizend deelnemers aan het bevolkingsonderzoek darmkanker of een belangrijk voorstadium daarvan gevonden. In een aantal gevallen hadden de bloedsporen een andere oorzaak, bijvoorbeeld aambeien.”

“Bij vroege opsporing is behandeling van darmkanker minder zwaar”, besluit Kuipers. “We kunnen darmkanker voorkomen door poliepen te verwijderen. Uiteindelijk zullen door de invoering van het bevolkingsonderzoek minder mensen overlijden aan darmkanker.

De sterftecijfers zeggen niet alles, omdat het aantal gevallen van darmkanker toeneemt door onder andere de vergrijzing en een ongezonde leefstijl. Maar op basis van de eerste resultaten verwachten we dat per jaar zo’n vierentwintighonderd Nederlanders minder aan darmkanker zullen overlijden dan voor de start van het bevolkingsonderzoek.”