Wanda de Kanter
Longarts in het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis Amsterdam en Voorzitter Stichting Rookpreventie Jeugd

Er is momenteel een duidelijke omslag in de behandeling van longkanker. De afgelopen decennia was er nauwelijks verbetering in de vooruitzichten bij die ziekte, maar dat is nu aan het veranderen. De meeste longkanker, zo’n vijfentachtig procent, wordt veroorzaakt door roken wat leidt tot DNA-veranderingen, oftewel mutaties. Bij niet-rokers met longkanker heeft een mutatie een andere oorzaak. Die mutaties worden steeds beter behandelbaar met medicijnen in plaats van chemotherapie.

Daarnaast is immunotherapie in opkomst voor patiënten met longkanker bij wie geen DNA-mutatie wordt gevonden. Als zij niet (meer) reageren op chemotherapie, kunnen we hen nu immunotherapie geven. Twintig procent van die patiënten reageert daar goed op en ook langdurig. Dat is een grote stap vooruit, want vroeger overleden al die patiënten. Helaas is immunotherapie nog erg duur en weten we vooraf nog niet welke patiënten er op reageren.

Het onderzoek naar DNA-mutaties maakt eveneens een grote ontwikkeling door. Bij kankerpatiënten, met name bij mensen met uitzaaiingen, zal steeds vaker het DNA worden bepaald voorafgaand aan behandeling. Bij twintig tot veertig procent van de patiënten vind je dan een mutatie die kan worden behandeld met een medicijn. Er zijn al zes of zeven soorten van zulke medicijnen, die een beter effect hebben dan chemotherapie. Patiënten leven daardoor langer dan ze vroeger zouden leven. Helaas hebben al deze medicijnen, net als alle medicijnen, bijwerkingen die bij langdurig gebruik vervelend zijn.

Ook de apparatuur waarmee we een tumor bestralen wordt steeds beter. Een tumor kan heel nauwkeurig worden bestraald, waardoor het omliggende gezonde weefsel zo veel mogelijk wordt gespaard. Dit is gunstig als de tumor nog niet is uitgezaaid maar zich nog lokaal in de long bevindt. Die patiënten werden tot nu toe altijd geopereerd, maar uit recente studies blijkt dat bestralen net zo goed werkt. Dat bespaart patiënten een operatie en het geeft minder schade aan de longen.

Steeds meer patiënten met longkanker kunnen dus worden behandeld. Maar de meeste longkanker wordt nog steeds veroorzaakt door roken. Dat veroorzaakt, naast longkanker, nog zestien andere soorten kanker. Roken is ontzettend verslavend, dus het allerbeste is om er niet mee te beginnen. Daarom is denk ik meer aandacht en geld nodig voor preventie. Daarmee is de grootste winst te behalen.



Prof. Geertjan Wesseling
Longarts in het Maastricht UMC+

De aandacht voor zogeheten obstructieve longziekten, zoals astma en COPD, is de afgelopen jaren flink toegenomen. Door onderzoek komen we steeds meer te weten over oorzaken en behandelingen. Bijvoorbeeld het belang van leefstijl wordt steeds duidelijker, niet alleen bij het ontstaan van chronische ziekten in het algemeen maar zeker ook bij obstructieve longziekten. En dan gaat het niet alleen over roken, maar ook over bewegen. Patiënten met een chronische longaandoening bewegen veel minder dan mensen zonder zo’n aandoening. Te weinig beweging lijkt de longziekte ook erger te maken. Er zijn weliswaar medicijnen die de klachten verminderen, maar we weten inmiddels dat het ook en vooral een kwestie is van leefstijl. Vooral voor mensen met licht COPD of astma is een leefstijladvies op z’n plaats.

Helaas valt de ontwikkeling van nieuwe medicatie, de zogeheten inhalatiemedicatie of ‘pufjes’, erg tegen. Er wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan, maar de opbrengsten daarvan zijn niet spectaculair. Eigenlijk is er de afgelopen tien jaar geen serieuze doorbraak geweest. Nieuwe middelen zijn vaak een variant op een bestaand middel. Voor specifieke groepen patiënten komen wel nieuwe middelen beschikbaar, de zogeheten biologicals. Helaas zullen die voor een beperkt aantal patiënten geschikt zijn en bovendien erg duur. Dat zal waarschijnlijk de discussie verder aanwakkeren over de betaalbaarheid van de zorg.

Innovatie is dus duur, maar wel fascinerend. Een deel van de patiënten kan er veel baat bij hebben. Ik verwacht ook voor obstructieve longziekten een aantal van deze nieuwe middelen. Het zijn middelen die heel specifiek ingrijpen in het proces van de ziekte. Met name voor patiënten met ernstig astma zijn er medicamenten in ontwikkeling.

Voor het overgrote deel van de patiënten zal het aankomen op verbetering van de leefstijl. En ook op het goed gebruik van de medicatie. We weten dat de therapietrouw niet hoog is en dat de pufjes vaak niet goed worden gebruikt. Het juiste gebruik van de bestaande medicatie kan dus ook al verbetering opleveren. Daar komt steeds meer aandacht voor.

Daarnaast zijn er iniatieven om de zorg voor longpatiënten te verbeteren. Vooral na een ziekenhuisopname is het vaak niet duidelijk wie de verantwoordelijk behandelaar is van de patiënt en hoe die zorg moet zijn. Ik hoop dat de zorg, zowel de ziekenhuiszorg als de nazorg, beter zal worden. De eerste stappen daarvoor worden nu gezet.



Prof. dr. Pieter Hiemstra
Hoogleraar Celbiologie en Immunologie van Longziekten, LUMC

Mijn eigen onderzoek richt zich vooral op astma en COPD. We krijgen steeds meer zicht op het belang van vroege veranderingen in de kleine luchtwegen bij het ontstaan van die longziekten. We kunnen daar steeds beter metingen aan doen en op congressen wordt er steeds meer over gesproken. Zo is eind september in Amsterdam het internationale congres van de European Respiratory Society. Dat is de grootste bijeenkomst ter wereld op het terrein van longziekten en longgezondheid. Daar komen ongeveer twintigduizend deelnemers en ik mag daar voorzitter zijn. Het feit dat het congres in Amsterdam plaatsvindt, geeft wel aan dat het Nederlandse longonderzoek internationaal hoog staat aangeschreven.

In Nederland is er steeds betere organisatie van het longonderzoek, met steeds meer samenwerking tussen partijen. Dat is ook nodig, want de aandacht voor longziekten staat niet in verhouding tot de impact van longziekten op het leven van patiënten. Daarom wordt, in samenwerking tussen vele partners, een nationale roadmap voor longonderzoek opgesteld. Daarmee willen we longonderzoek meer onder de aandacht brengen en de kansen en perspectieven ervan verbeteren.

Er komt steeds meer inzicht in het ontstaan van een allergie en astma, en ook in hoe het afweersysteem zodanig beïnvloed kan worden dat dit wordt voorkomen. Dat is een spannende ontwikkeling, want daarmee kunnen we misschien de ziekte voor een deel aanpakken bij de bron. Daarnaast realiseren we ons steeds meer dat iedere patiënt anders is en een op maat gemaakte behandeling nodig heeft. De afgelopen jaren zijn veel subgroepen van patiënten beschreven, en nu wordt de stap gemaakt naar behandeling van die verschillende typen patiënten. Daarmee gepaard gaat de komst van nieuwe middelen voor patiënten met moeilijk behandelbaar astma.

Een heel belangrijke ontwikkeling is dat er middelen beschikbaar komen voor gerichte behandeling van cysticfibrose (taaislijmziekte). Er worden nu onder andere methoden ontwikkeld om te voorspellen welke patiënt het best zal reageren op een bepaald middel.

We krijgen meer inzicht in mogelijkheden om kapotte longen te herstellen. Ook in Nederland wordt nu onderzoek gedaan aan dit longherstel. Op den duur moet dit gaan leiden tot een nieuwe behandeling voor patiënten. Er zijn dus heel veel ontwikkelingen gaande. Ik denk dat we op termijn steeds beter in staat zullen zijn om op basis van persoonlijke ziektekenmerken van een patiënt een meer gerichte behandeling te geven.