Heeft u in het pollenseizoen last van kriebelhoest, tranende, prikkende en rode ogen, een verstopte neus, niesbuien of juist een loopneus? Dan is de kans groot dat u allergisch bent voor boom- en/of graspollen. Hoewel hooi er niets mee te maken heeft, worden dit hooikoortsklachten genoemd.

Ongeveer een op de acht mensen heeft last van allergische rhinitis, de medische term voor hooikoorts. Het begint vaak onschuldig maar als de klachten niet goed worden behandeld, kan de allergie zich ontwikkelen tot astma.

Vroege en late reactie

Bij een allergie is vaak sprake van een vroege en een late reactie. De irritatie van de luchtwegen en ogen vormen de vroege reactie. Maar de allergische reactie kent ook een late fase waarbij een ontsteking optreedt van de bovenste en/of onderste luchtwegen.

Bas Op de Coul: “Bij tachtig procent van de patiënten met astma is er sprake van een allergie van de bovenste longen''

“Als iemand last heeft van zijn neus, is het belangrijk om gelijk te informeren naar eventuele longklachten”, legt Bas Op de Coul, KNO-arts in het Jeroen Bosch Ziekenhuis, uit. “En als iemand een piepende ademhaling heeft, zich benauwd voelt en hoest, dan moet je niet alleen de longen onderzoeken en behandelen maar ook kijken naar de bovenste luchtwegen.

Vaak spelen die een belangrijke rol bij het in stand houden of verergeren van de klachten.”

Bij eerste signalen naar de huisarts

Veel mensen gaan eerst aan de slag met zelfmedicatie die vrij verkrijgbaar is bij de apotheek of drogist. Dat is niet verstandig omdat je daarmee de oorzaak van de klachten niet achterhaalt. Beter is het om een afspraak te maken bij de huisarts.

“Het is belangrijk dat de huisarts vervolgens niet alleen een jaarlijks terugkerend recept geeft voor bijvoorbeeld een antihistaminicum of een neusspray. Want zonder onderzoek weet je niet wat de oorzaak is van de klachten”, stelt Op de Coul.

“Terwijl juist dat zo belangrijk is. Want een allergische reactie wordt doorgaans in de loop der jaren steeds heftiger en kan ook ernstige aandoeningen aan de lagere luchtwegen, zoals astma, veroorzaken.

In tachtig procent van de gevallen is allergische rhinitis zelfs een van de mede veroorzakers van astma. Die doorontwikkeling kun je voorkomen als je tijdig de eerste signalen, de neusklachten dus, behandelt.”

Allergische mars

Om mensen te overtuigen van het feit dat die relatief onschuldige problemen kunnen uitgroeien tot een veel groter probleem, is het belangrijk dat huisartsen zich bewust zijn van de risico’s van die ‘allergische mars’.

''Huisartsen moeten zich bewust zijn van de risico's van de allergische mars''

Zij zouden patiënten met allergische luchtwegklachten en de wens om het probleem te stoppen dan wel terug te dringen, moeten doorverwijzen naar een KNO-arts, een longarts of een allergoloog. De specialist kan na het onderzoek de behandelmogelijkheden aangeven.

Ontstekingsremmers en luchtwegverwijders

Als symptomatische behandeling voldoende is, kan de specialist medicatie voorschrijven en instructie geven hoe en wanneer deze medicatie moet worden gebruikt om een optimaal resultaat te behalen.

Bij astma worden vooral onstekingsremmers en luchtwegverwijders ingezet. De luchtwegverwijders hebben een tijdelijke werking.

Kortwerkende luchtwegverwijders werken binnen vijf minuten na inhalatie en kunnen daarom ook worden gebruikt bij benauwdheid of een astma-aanval.

Ze genezen de ontstekingen in de longen echter niet. Daarom wordt deze medicatie vaak ingezet in combinatie met de ontstekingsremmers.

Meer dan alleen symptomen onderdrukken

De medisch specialisten zijn op de hoogte van alle behandelmogelijkheden en de ontwikkeling die de diverse therapieën de afgelopen jaren hebben doorgemaakt. Er is meer mogelijk dan voorheen om symptomen te onderdrukken, ontstekingen tegen te gaan en de oorzaak van de klachten te behandelen.

Gert-Jan Braunstahl: “Tijdig herkennen en adequaat behandelen van een allergie kan verergering en doorontwikkeling van de aandoening voorkomen”

Dat laatste is vooral belangrijk om bij kinderen, jongeren en jongvolwassenen de allergische mars te doorbreken. “Juist bij deze groep kun je proberen om de kans op het ontwikkelen van astma te verkleinen”, vertelt Gert-Jan Braunstahl, longarts in het Sint Franciscus Gasthuis te Rotterdam. “Het probleem is dat juist deze groep vaak niet of alleen symptomatisch wordt behandeld.

Dat komt doordat de standaarden nog niet zijn aangepast aan de recente ontwikkelingen in de medische wetenschap. Vandaar dat zeker huisartsen in principe alleen een antihistaminicum of een neusspray zullen voorschrijven.”

Shared decision making

Om de patiënt in staat te stellen samen met de arts een besluit te nemen over de te volgen therapie, moet de arts alle in aanmerking komende behandelopties en de consequenties daarvan bespreken met de patiënt. “Alleen dan kan sprake zijn van shared decision making”, legt Braunstahl uit.

“In de praktijk betekent dit dat wij naast de symptomatische behandelingen zoals ontstekingsremmers en luchtwegverwijders ook de mogelijkheid van immunotherapie benoemen. Deze behandeling richt zich niet op de symptomen maar op de oorzaak van de allergische reactie.”