Paul Weijers

Huisarts bij Huisartsenpraktijk Montfort

Wat is boezemfibrilleren?

“Bij boezemfibrilleren is de hartslag onregelmatig en meestal ook te hoog”, vertelt huisarts Paul Weijers van Huisartsenpraktijk Montfort. “De aandoening is niet levensbedreigend maar het hart wordt wel zwaarder belast. Er is een verhoogde kans op het ontstaan van bloedstolsels met name in de linkerboezem. Doordat de boezems onvoldoende samentrekken, kan het bloed langzamer gaan stromen. Hierdoor neemt de stolling toe en kan het bloed zelfs gaan klonteren.

Deze klonters worden ook wel stolsels genoemd. Indien een dergelijk stolsel met de bloedstroom wordt meegevoerd (embolie) en een bloedvat afsluit, ontstaat een infarct. Dit kan op diverse plekken in het lichaam gebeuren. Daarom is het belangrijk om de symptomen van boezemfibrilleren te herkennen en een afspraak te maken met de huisarts als je denkt dat je er last van hebt.”

Hoe weet je dat je last hebt van boezemfibrilleren?

“Je kunt bijvoorbeeld last hebben van hartkloppingen, vermoeidheid en benauwdheid bij inspanning. Sommige mensen hebben veel last, anderen weer weinig. Maar ook als je weinig klachten hebt, is het belangrijk om naar de huisarts te gaan.

Een goede behandeling verkleint namelijk de mogelijkheid op het ontwikkelen van complicaties. Daarbij kun je denken aan een TIA of een herseninfarct. Zo’n infarct ontstaat doordat stolsels vanuit het hart doorschieten naar de hersenen. Om dat risico te verminderen zijn diverse behandelingen mogelijk.”

Zijn er mensen met een verhoogd risico op het krijgen van deze aandoening?

“Inderdaad. En gelukkig zijn die vaak al bekend bij hun huisarts. Ouderen lopen bijvoorbeeld een hoger risico. Als boezemfibrilleren in de familie vaker voorkomt, of als je vader of moeder een andere hart- of vaatziekte heeft, dan is de kans dat jij het ook krijgt groter. Ook mensen met een hoge bloeddruk, een hoog cholesterol, diabetes of hartfalen en mensen die al eens een hartinfarct hebben gehad lopen een hoger risico om deze aandoening te krijgen.”

Kun je zelf iets doen om de kans op complicaties te verkleinen?

“Natuurlijk is een gezonde leefstijl voor iedereen belangrijk. Verder is bekend dat koorts en ontstekingen een aanval van boezemfibrilleren kunnen uitlokken en dat griep bij mensen die last hebben van boezemfibrilleren eerder kan leiden tot complicaties. Ook duurt het herstellen van griep vaak langer. Daarom krijgen mensen die hiermee bekend zijn een oproep van hun huisarts voor de jaarlijkse griepprik.”

Drie punten waar je zelf op kan letten:

Gezonde voeding

Door gezond en met mate te eten, verklein je het risico op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten. Als al sprake is van deze ziekten dan kun je de klachten daarvan, en de risico’s op het ontwikkelen van complicaties, verminderen door een gezondere leefstijl. Eet voldoende groente en fruit, verminder de calorie-inname en kies vaker voor vis of vegetarisch. Als je problemen hebt om gezonder te eten, vraag dan hulp aan je huisarts. Diëtisten weten welke voedingsmiddelen wel of juist niet goed zijn als je last hebt van hart- en vaatziekten. En ook de praktijkondersteuner kan je helpen bij het ontwikkelen van een gezondere levensstijl.\

Voldoende bewegen

Iedereen kan bewegen. Er zijn speciale beweeg- en revalidatieprogramma’s voor onder meer hart- en longpatiënten. Fysiotherapeuten hebben ook oefenprogramma’s voor mensen met bijvoorbeeld knie-, heup- of rugklachten. Belangrijk is dat iedereen die dat kan dagelijks beweegt om zo hart en bloedvaten zo veel mogelijk in goede conditie te houden. Bewegen is ook noodzakelijk om de gewrichten soepel te houden en te voorkomen dat spieren verslappen. Je kunt intensief sporten als je wilt, maar ook fietsen, zwemmen of wandelen, met of zonder rollator, is goed. Het gaat erom dat je iedere dag een half uur tot een uur beweegt.

Let op je gewicht!

Het gewicht is niet alles bepalend. Wie aan krachtsport doet en veel spiermassa heeft, is vaak zwaarder dan iemand met hetzelfde postuur die niet zoveel spiermassa heeft. Op bijvoorbeeld www.hartstichting.nl staat een BMI-meter. Bij een score onder de 18,5 is sprake van ondergewicht. Een BMI tussen de 18,5 en 25 is prima. Met een score tussen de 25 en 30 ben je te zwaar. Tussen de 30 en 35 is sprake van obesitas en daarboven van extreme obesitas. Behalve het gewicht is ook de buikomvang belangrijk. Veel vet rond je buik vormt een extra risico. De buikomvang van vrouwen moet bij voorkeur minder zijn dan 80 cm en bij mannen minder dan 94 cm.