De ziekte van Alzheimer is de meest voorkomende vorm van dementie. Bij deze hersenziekte verliest men geleidelijk het geheugen en de persoonlijkheid en wordt de patiënt volkomen afhankelijk van anderen. “De ziekte van Alzheimer is een versnelde, vervroegde en ernstige veroudering van de hersenen”, vertelt prof. Swaab.

Veranderingen

De ziekte van Alzheimer kent verschillende fasen. Al jaren voordat de ziekte tot uiting komt, vinden in de hersenen de eerste veranderingen plaats. Als die veranderingen zich uitbreiden, krijgt de persoon problemen met het geheugen. De veranderingen worden ook gevonden bij gezonde, niet-demente ouderen, maar veel minder en op latere leeftijd.

Bij Alzheimer worden aanvankelijk recente gebeurtenissen vergeten, en later ook vroegere gebeurtenissen. De patiënt wordt afhankelijk van hulp bij bijvoorbeeld aankleden en wassen, en gaat steeds moeilijker praten en lopen. Vaardigheden verdwijnen in de tegenovergestelde volgorde als waarin ze als kind zijn geleerd. Uiteindelijk kan de patiënt alleen nog in bed liggen, net als een pasgeboren baby.

Er zijn factoren die de ziekte van Alzheimer kunnen versnellen of vertragen. Leeftijd vormt het grootste risico voor de ziekte. Soms speelt een foutje in het DNA een rol, maar lang niet altijd. “Het gaat om een complex samenspel tussen erfelijke en omgevingsfactoren”, zegt prof. Swaab. “Als mensen  extra veel hersenschade oplopen, zoals boksers, krijgen ze eerder Alzheimer. Ook roken, vetzucht, hoge bloeddruk en alcoholgebruik zijn slecht voor de hersenen.”

Het is mogelijk om op jongere leeftijd extra reserve in de hersenen op te bouwen waardoor de kans op de ziekte wordt uitgesteld. Swaab: “Dat gebeurt bij mensen die met hun hersenen actief blijven, door bijvoorbeeld een goede opleiding of een tweetalige opvoeding. Dat laatste stelt het risico op Alzheimer met gemiddeld vijf jaar uit.”

Actief houden

Door gezond te leven en de hersenen actief te houden, met bijvoorbeeld een goede opleiding, schaken, muziek of kunst, kun je dus iets doen aan de risicofactoren. “Je activeert hiermee vele gebieden in de hersenen”, zegt prof. Swaab. “En zo verklein je de kans op de ziekte.” Ik noem dat ‘use it or lose it’.”

Met wetenschappelijk onderzoek is gevonden dat de hersenen zich aanvankelijk lijken te verzetten tegen het ontstaan van de ziekte. De hersenen proberen normaal te blijven functioneren door hersenveranderingen te ‘compenseren’. “Als we ontdekken hoe de hersenen dat doen, kunnen we daar van leren en misschien met nieuwe medicijnen het ziekteproces beïnvloeden.”

Prof. Swaab vertelt ook dat niet iedereen die door de ziekte getroffen wordt, het ziekteproces hoeft te accepteren. “De euthanasiewet van 2002 biedt een mogelijkheid voor een zelfgekozen levenseinde. Ik vind het een mooie mogelijkheid voor wie het verlies van waardigheid door de ziekte van Alzheimer niet wil meemaken.”