Cor de Jong
Hoogleraar verslavingen Radboud Universiteit

"Gedragstherapie en medicatie kunnen daarbij helpen. Een probleem is dat zelfs huisartsen het moeilijk vinden mensen aan te spreken op problematisch gebruik.” Wanneer is er sprake van een verslaving? Je kunt verslaafd zijn aan drank, aan chocola, of aan gokken.

“Wij vinden dat verslaving als een chronische hersenaandoening is waarbij de controle over het gebruik verloren is gegaan en er heel veel zucht is naar het verslavende middel: ‘ik moet nu gebruiken’. Daarbij komt dat de verslaafde schade veroorzaakt aan zichzelf en zijn omgeving”, aldus De Jong.

Van gebruik tot verslaving

“Een verslaving ontstaat geleidelijk. Het begint met gebruik, gaat over in problematisch gebruik, vervolgens misbruik, en in de eindfase is er verslaving. Bij sommige middelen, zoals GHB en nicotine, kan het snel gaan. Andere middelen, bijvoorbeeld alcohol en rustgevende medicijnen, zijn minder snel verslavend.”

De meest voorkomende vormen van verslaving zijn alcoholverslaving, nicotineverslaving, en op afstand cocaïne-, heroïne- en pijnmedicatieverslaving. Er zijn ook verslavingen zonder externe middelen: obesitas, seksverslaving, internetverslaving. De Jong: “Deze verslavingen ontregelen hetzelfde systeem in de hersenen waardoor er weinig controle meer is hebben over het gebruik en gedrag: ik wil het, en het moet nú.”

Genetische kwetsbaarheid

Is een verslaving erfelijk? “Er is absoluut een genetische kwetsbaarheid”, legt De Jong uit. “De familieomgeving speelt mee. Daarnaast is het brein gevoeliger voor verslavende middelen bij mensen met een vroegkinderlijke traumatisering, zoals seksueel misbruik. Ook de leefomgeving speelt mee. Door nieuwe producten - een mix van frisdrank en alcohol - is bijvoorbeeld het aantal alcoholverslaafde meisjes toegenomen.”

Mensen in de omgeving van een verslaafde vinden het moeilijk om het problematisch gedrag aan te kaarten. “Je ziet het bystander-effect: iedereen ziet dat het misgaat maar het slachtoffer is al verdronken voordat er iemand te hulp schiet”, schetst de hoogleraar. “Tijdens trainingen adviseer ik: zoek een goed moment. Maak met een collega die door een verslaving niet goed functioneert een afspraak en bespreek concreet gedrag. Bijvoorbeeld: dat je laatst die vrouwelijke collega betastte, dat kan écht niet.”

Ervaringsverhalen

Het taboe dat er heerst op het bespreken van verslavingen staat volgens De Jong een goede behandeling in de weg. “Verslaving is een verborgen ziekte, die gepaard gaat met veel schaamte. Het zou helpen als een bekende Nederlander uitkomt voor zijn verslaving en dit bespreekbaar zou maken. Herman Brood deed het wel, maar meer vanuit een exhibitionisme. Ik weet zeker dat veel verslaafden geholpen zouden zijn door ervaringsverhalen van BN’ers die eenzelfde probleem hadden maar hebben overwonnen.”