Migraine

Bij migraine kunnen hoofdpijnaanvallen gepaard gaan met misselijkheid, overgevoeligheid voor licht of geluid, of uitvalsverschijnselen. De aanvallen kunnen onbehandeld enkele dagen duren. In Nederland heeft 33 procent van de vrouwen - mogelijk samenvallend met de menstruatiecyclus - en 13 procent van de mannen last van migraine. De aandoening treft met name de beroepsbevolking, van 15 tot 55 jaar. Migrainepatiënten hebben een verhoogde gevoeligheid voor prikkels die een aanval van migraine kunnen uitlokken. Deze ‘prikkeldrempel’ is deels erfelijk bepaald; in sommige families komt migraine dan ook meer voor dan in andere. Tegenwoordig is migraine over het algemeen goed te behandelen door de huisarts.

RLS

Het Restless Legs Syndroom (RLS) is een neurologische slaap- en bewegingsstoornis die patiënten dwingt te bewegen tijdens periodes van rust. Zij krijgen kriebelende en branderige kwellende sensaties, voornamelijk in de benen maar ook in andere delen van het lichaam. Vier op de vijf RLS-patiënten hebben daarbij ook last van schoppende en schokkende beenbewegingen tijdens de slaap en daardoor slaaptekort. De aandoening komt voor bij 7  a 10 procent van alle volwassenen. Door RLS kunnen grote problemen ontstaan, zoals moeheid en concentratieproblemen. Vaak duurt het meer dan tien jaar voordat de diagnose worden gesteld. Niet iedereen heeft medicijnen nodig; soms is aanpassen van de leefgewoontes afdoende.

MS

Bij Multiple Sclerose is de bescherm- en isolatielaag beschadigd rondom de zenuwen in de hersenen, het ruggenmerg en de oogzenuwen. Hierdoor kunnen onder andere problemen ontstaan met lopen, voelen en zien. Het lichaam probeert de schade zelf te herstellen maar geleidelijk kunnen steeds meer zenuwcellen verdwijnen. In Nederland komt MS voor bij ongeveer 1 op 1.000 inwoners. De ziekte komt tweeënhalf keer zo vaak voor bij vrouwen als bij mannen en begint in 90 procent van de gevallen tussen het 15e en 50ste levensjaar. De diagnose kan lastig zijn omdat de symptomen wisselen. Er komen steeds meer medicijnen met een ziekteremmende werking; voor de ernstige vorm van MS is nog geen medicatie beschikbaar.

Dementie

Dementie is een verzamelnaam en kent verschillende vormen. De meest bekende is de ziekte van Alzheimer. Dementie kan ook ontstaan na herseninfarcten of bij andere aandoeningen, zoals Parkinson en AIDS. Naar schatting zijn er 250.000 Nederlanders met een vorm van dementie. Bij dementie worden denken, oriëntatievermogen, leer- en oordeelvermogen en taalgebruik minder, terwijl het bewustzijn helder blijft. Het meest opvallende aspect zijn de ernstige geheugenproblemen. Er kunnen ook persoonlijkheids- en gedragsveranderingen optreden. Dementie genezen is nog niet mogelijk. Er wordt naar gestreefd om mensen met dementie zo lang mogelijk thuis te houden, in een vertrouwde en comfortabele omgeving.

CVA

Jaarlijks krijgen ongeveer 41.000 Nederlanders een beroerte, ook wel CVA genoemd (Cerebro Vasculair Accident). In driekwart van de gevallen zijn het 65-plussers. Een beroerte kan een hersenbloeding zijn of een herseninfarct - in circa 80 procent van de gevallen – ( afsterven van hersenweefsel door te weinig zuurstof). Een TIA lijkt op een beroerte en kan een voorbode zijn, maar gaat snel weer voorbij. Tot ongeveer een jaar na een CVA kan de hersenschade nog in enige mate herstellen door revalidatie, met onder meer logopedie (spraakverbetering) en fysiotherapie. Vaak zijn er blijvende lichamelijke en geestelijke stoornissen en beperkingen. De kans op een (nieuwe) beroerte kan worden verkleind door niet te roken, gezond te eten, en voldoende te bewegen.

ADHD

Er zijn verschillende vormen van ADHD. Bij het type I staat aandachtstekort het meest op de voorgrond, bij type H is sprake van ernstige en aanhoudende impulsiviteit en hyperactiviteit. Het meest komt type C voor, dat is een combinatie van beide. In Nederland heeft ongeveer 3 procent van de kinderen tussen 5 en 14 jaar ADHD, bij jongens komt het drie à vier keer zoveel voor als bij meisjes. Uit onderzoek blijkt dat de aandoening voor ongeveer 70 procent erfelijk bepaald is. Omgevingsfactoren (zoals roken en/of drinken tijdens de zwangerschap) kunnen eveneens leiden tot een verhoogde kans op ADHD. Symptomen komen ook nog bij veel volwassenen voor en kunnen worden onderdrukt met medicijnen en/of gedragstherapie.