“Elke MS-patiënt is anders en het is belangrijk dat de behandelaar samen met de patiënt goed kijkt welk middel voor hem of haar het meest effectief is”, zegt prof. dr. Raymond Hupperts van het Academische MS Centrum Limburg. “Er moet een afweging worden gemaakt met betrekking tot de effectiviteit op korte en lange termijn, de eventuele bijwerkingen, en de toedieningsvorm.”

“Tot vijftien jaar geleden hadden we voor MS nog totaal geen ziekteremmende middelen”, legt Hupperts uit. “Nu er medicatie is, kunnen we de frequentie van de zenuwuitval en blijvende schade beperken en de levensverwachting van de patiënten verhogen. Dat geldt niet voor de progressieve vormen van MS, daarvoor is nog geen medicatie.”

De eerste werkzame stof was interferon bèta. “Dit middel dient één à drie keer per week onder of in de huid te worden ingespoten”, aldus Hupperts. “Mogelijke bijverschijnselen zijn griepverschijnselen, die meestal na enige tijd verdwijnen, en soms leverontstekingen. Een andere ziekteremmer die al geruime tijd op de markt is, is glatirameer-acetaat. Deze stof dient dagelijks te worden geïnjecteerd en heeft minder bijwerkingen.”

Tabletten

Sinds ongeveer een jaar is er nieuwe medicatie in tabletvorm voor patiënten met relapsing-remitting MS. “Dat zijn de stoffen dimethylfumaraat en teriflunomide”, vertelt de hoogleraar. “De eerste was al bekend als middel tegen de huidaandoening psoriasis. Toen het getest werd bij MS-patiënten, bleek het een duidelijk ziekteremmend effect te hebben.

Mogelijk is het op de lange termijn effectiever dan de traditionele middelen, maar daar is meer tijd en onderzoek voor nodig. Er zijn weinig bijwerkingen bekend, onder andere huiduitslag en warm aanvoelen van de huid, hetgeen meestal na een aantal weken voorbijgaat. Teriflumoride, het tweede middel in tabletvorm, kan haaruitval veroorzaken en heeft als nadeel dat het lang in het lichaam blijft zitten.”

Dimethylfumaraat wordt op dit moment nog alleen beschikbaar gesteld voor patiënten die de traditionele middelen niet verdragen (bijvoorbeeld spuitreacties). Teriflunomide wordt al vergoed door de zorgverzekeraars. Vanwege het gebruiksgemak overstappen van injecties naar tabletten terwijl de oude middelen goed werken en weinig bijwerkingen hebben, is niet raadzaam volgens Hupperts.

“Van tevoren weet je nooit zeker of het effect van een nieuw middel gelijk of misschien beter is, en wat de eventuele bijwerkingen zijn. Bij ziekteremmers geldt in het algemeen dat je 40 tot 50 procent kans hebt dat ze goed werken.”

Therapietrouw

“Het voordeel van langer bestaande middelen is dat we weten dat ze op lange termijn veilig zijn, voor de nieuwe middelen is daar nog te weinig over bekend. Bij de keuze speelt ook therapietrouw een rol; de tabletten moeten één of twee keer per dag worden ingenomen, met interferon kan één injectie per week voldoende zijn.”