Onderzoek speelt daarbij een belangrijke rol, evenals technologische ontwikkelingen. Met MRI kunnen we in de hersenen ‘kijken’ en dat levert gedetailleerde kennis op. Zo is al bekend dat bij verschillende ziektes dezelfde soort afwijkingen te zien zijn. Dat geeft aan dat onderliggende processen overeenkomen met verschillende uitingsvormen. Het hersenonderzoek richt zich meer en meer op die overkoepelende processen die bij hersenziekten een rol spelen. Als je die processen in kaart kunt brengen, geeft dat aanknopingspunten om meerdere ziekten te behandelen.

Daarnaast wordt op het gebied van hersenziekten ook veel genetisch onderzoek gedaan. De wetenschap krijgt de DNA-achtergrond van hersenaandoeningen steeds beter in kaart.

Behandelmogelijkheden

Een belangrijk aspect bij al dit onderzoek is: hoe vertalen we de kennis en resultaten naar een behandeling voor patiënten? Want dat is uiteraard het uiteindelijke doel. Daarbij gaat het er om de resultaten van vaak fundamenteel onderzoek te vertalen in behandelmogelijkheden voor de patiënt. Onderzoek is nodig voor kennisontwikkeling, maar het moet niet bij kennis alleen blijven, het moet ook ingezet kunnen worden voor de behandeling van de patiënt. En liefst zo breed mogelijk. Een voorbeeld is de zogeheten deep brain stimulation, dat is ontwikkeld als behandeling van de ziekte van Parkinson, maar blijkt nu ook effectief bij angststoornissen en depressie. De techniek heeft nog wel bijwerkingen, maar behandelaars krijgen die steeds beter onder de knie.

De Hersenstichting werkt hierbij natuurlijk nauw samen met de kenniscentra en universiteiten. Bij veel academische centra zie je dat de kennis op het gebied van hersenen en hersenaandoeningen gebundeld wordt. Zo heeft het UMC Utrecht in juni dit jaar het Hersencentrum geopend, waar innovatie, topzorg en toponderzoek op het gebied van hersenaandoeningen samenkomen. Ook bij andere universiteiten komen dergelijke centra van de grond. Door bundeling van kennis en onderzoek komt de kennis over hersenen in een stroomversnelling.

Lichttechnologie

Maar ook bedrijven vervullen hierbij een steeds belangrijkere rol. Vanuit de overheid worden samenwerkingsverbanden tussen kenniscentra, bedrijfsleven en gezondheidsfondsen gestimuleerd.  De Hersenstichting participeert, met enkele andere fondsen en TNO, in het Van ’t Hoff programma. Metingen doen met lichttechnologie, zogeheten optische spectroscopie, is in opkomst. Met licht kun je op, door of onder de huid bijvoorbeeld lichaamsvloeistoffen, zenuwen of bloedvaten meten met zowel zichtbaar als onzichtbaar licht (zoals infrarood). Zo kun je onder meer meten hoeveel glucose of hoeveel zuurstof in het bloed zit, zonder dat de patiënt geprikt hoeft te worden. Ook kan een chirurg in de toekomst vooraf zien waar hij precies gaat snijden. Het Van ’t Hoff Programma wil met de samenwerking een steviger basis leggen voor medische toepassingen van deze technologie en de kennis breder delen. Ook voor hersenonderzoek een spannende ontwikkeling!

Een belangrijk aspect bij al het onderzoek is: hoe vertalen we de kennis en resultaten naar een behandeling voor patiënten? Onderzoek is nodig voor kennisontwikkeling, maar het moet niet bij kennis alleen blijven, het moet ook ingezet kunnen worden voor de behandeling van de patiënt. Want dat is uiteraard het uiteindelijke doel.'