Het is belangrijk om bij kinderen die het risico lopen op een manisch-depressieve stoornis - ook wel bipolaire stoornis genoemd – snel psychische problemen op te sporen. Dat moet zo vroeg mogelijk, om mogelijke hersenschade te voorkomen.

Je kunt de bruine ogen van je vader erven. Of het zangtalent van je moeder. Maar je kunt ook de aanleg voor manische depressiviteit in je genen meekrijgen. Het is belangrijk om bij kinderen die het risico lopen op een manisch-depressieve stoornis - ook wel bipolaire stoornis genoemd – snel psychische problemen op te sporen. Dat moet zo vroeg mogelijk, om mogelijke hersenschade te voorkomen. Tien jaar geleden werd bij Carolien den Ouden vastgesteld dat ze manisch-depressief was. Ze had al twaalf jaar depressieve klachten en slikte medicijnen, maar die boden weinig soelaas. Hoofd Divisie Hersenen UMC Utrecht prof. dr. René Kahn: “Wij zien vaak mensen die de verkeerde medicijnen krijgen omdat de diagnose niet klopt. Antidepressiva kunnen de tussenpozen tussen de manische en de depressieve perioden korter maken. Dan word je instabieler. Op tijd de juiste diagnose stellen is dus essentieel. Daarom doen we in het UMC Utrecht uniek onderzoek onder kinderen, al vanaf hun tiende jaar.”

Het gezin Den Ouden bestaat naast Carolien uit vader Marco, dochter Carina (18), zoon Marien (16), zoon Christian (15) en dochter Emely (9). Drie van de vier kinderen doen mee aan het Utrechtse BRIDGE*-onderzoek van kinder- en jeugdpsychiater Manon Hillegers. Marien heeft last van aandachts- en concentratieproblemen en ook Emely wordt vanwege problemen op school onderzocht.

Eerste depressie

Manon Hillegers benadrukt het belang om tijdig te onderkennen wat er met een kind aan de hand is. Lastig voor ouders want de eerste symptomen lijken gewone puberkenmerken: milde stemmingsklachten en lichte gedragsproblemen. “Een somber gevoel, minder zin hebben in dingen, moeite met inslapen. Als een van de ouders een bipolaire stoornis heeft, moet je een kind met dergelijke klachten serieus nemen. Alert zijn op de eerste depressie en die goed behandelen. Zo voorkom je een eventuele tweede én schade aan het brein. Bovendien kan een kind wanneer de symptomen niet herkend worden, achterstand oplopen op school en vrienden kwijtraken.”

Hersenscans

De kans dat een kind met een bipolaire ouder eveneens een stemmingsstoornis krijgt, blijkt uit Manon Hillegers’ pas afgeronde onderzoek maar liefst 50% te zijn. Welke factoren exact een rol spelen – beschermend dan wel risicoverhogend – onderzoekt zij nu in het BRIDGE*-onderzoek. Kinderen worden tussen hun tiende en zeventiende driemaal gescreend met interviews, bloedafnames en MRI-scans. Die laatste zijn belangrijk om te zien of het brein verandert vóór de bipolaire stoornis zich openbaart. Christian den Ouden (15): “Ik heb nu twee scans gehad. Ik vind het niet erg. Maar het is niet iets waar ik mee te koop loop. Ik maak me wel een beetje zorgen omdat ik net vijftien ben geworden en een bipolaire stoornis vaak rond deze leeftijd begint.”

Steun

Carolien en haar gezin worden goed begeleid. Echtgenoot Marco: “Twee van onze kinderen hebben symptomen. Het is goed dat dit al zo vroeg bekend is, dan kunnen ze sneller geholpen worden. Pas toen de juiste diagnose bij Carolien werd gesteld, kreeg ze de goede begeleiding en medicijnen. Dat heeft veel verbeterd, ik heb nu een stabielere partner.” René Kahn: “De stoornis is niet alleen zwaar voor de patiënten, maar ook voor de partners. Dit onderzoek biedt ook hen steun.” Kinderen die meedoen aan het onderzoek en erfelijk belast blijken worden in onze speciale polikliniek geholpen met gedragstherapie, groepstherapie en soms medicatie. Manon Hillegers: “We zijn nog op zoek naar gezinnen die willen deelnemen aan het onderzoek. Wij hebben unieke expertise op het gebied van het brein.”

*BRain Imaging Development & Genetics