De oorzaak van de psychose is nooit precies duidelijk geworden voor Karen. “Aanleg speelt wel een rol, mijn moeder had ook zoiets en heel toevallig ook op haar 48e. Maar ik weet niet waar het bij mij vandaan kwam. Ik zat twee jaar daarvoor wel in een stressvolle werksituatie. Bovendien deed ik een heel intensieve cursus. Misschien is dat de trigger geweest.”

Steeds erger

Karen dacht in die tijd juist dat het goed ging met haar. “Ik zat in een flow, een soort manische periode waarin ik heel actief was en het goed had met de mensen om me heen. Ik begon toen wel last te krijgen van slapeloosheid. Dat werd steeds erger. Ik ging door het huis dwalen en had geen besef meer van tijd. Niemand kan snappen wat er gebeurt. Mijn dochter heeft gezegd: je werd voor ons iemand die ‘weg’ was. Ik had wanen die ik hardop zei terwijl ik daar zelf geen besef van had. Je leeft in een wereld die er niet is.

We hadden bijvoorbeeld een hondje en een konijn, en die zag ik tegen het raam aan vliegen en bloedend neervallen. Dat gebeurde natuurlijk niet echt, maar ik zág het wel. Normaal ben ik nuchter en functioneert mijn ratio goed, maar toen was dat helemaal weg.” Karen voelde zich heel eenzaam in die periode. Ze begreep zelf al niet wat er gebeurde, laat staan anderen. Wat zij ervoer, kon ze niet delen met haar omgeving. “Je zit in een hel, en daar wil je wel uit maar je weet niet hoe. Ik kon anderen niet bereiken.”

Het duurde ruim drie maanden voordat Karen werd opgenomen. Al die tijd was zij thuis. Ze kreeg verschillende medicijnen, maar die hielpen niet. Haar man en twee dochters (destijds 14 en 16 jaar) hebben alles meegemaakt. “Dat doet nu heel veel pijn”, zegt Karen. “Ik was er altijd voor hen, maar nu zagen zij een vrouw en moeder die niet meer aanspreekbaar was. Een van mijn dochters is lang boos op me geweest, gewoon omdat ze er niets van begreep. Mijn man snapte het ook niet, maar hij wilde me liever niet naar het ziekenhuis laten gaan. Hij heeft heel veel geduld met mij gehad.”

Ommekeer

Voor het hele gezin is het een heel moeilijke periode geweest, vertelt Karens man Jan. “De situatie werd steeds onbegrijpelijker voor mij. Er is een crisisteam langs geweest, maar ook zij wisten niet wat er aan de hand was. Karen kreeg medicijnen, maar die werkten niet. Na ongeveer twee maanden was het niet meer vol te houden, toen is zij opgenomen. Dat bracht gelukkig de ommekeer.”

Pas in het ziekenhuis kreeg Karen een medicijn dat werkte. Na vier dagen was zij weer ‘bij zinnen’. “Normaal houd ik niet van medicijnen, maar dit is echt mijn redding geweest. Het gaat nu goed, maar nog iedere dag moet ik mijn balans hervinden. Mijn leven is 180 graden gedraaid. Ik had een druk leven, met hobby’s en bestuursfuncties, dat heb ik allemaal moeten veranderen. Maar gelukkig heb ik daar wel mijn weg in gevonden.”

Karen heeft een boek geschreven over haar ervaringen met een psychose. Dat heeft haar geholpen enig inzicht in en greep te krijgen op wat haar is overkomen. Er ligt nog een groot taboe op psychische aandoeningen, weet zij. “Dat snap ik wel, want anderen zien je als een ‘gek mens’. Daardoor wordt de afstand heel groot. Ik hoop dat dat taboe verdwijnt. Ik zeg altijd: je bent voor twintig procent in een ziekte geschoten, maar voor tachtig procent ben je nog goed. Het is jammer dat je dan op die twintig procent wordt beoordeeld.”