Uitvalsverschijnselen

Echt helemaal precies kan ze zich die tijd niet herinneren, maar: “Ik weet nog wel dat ze daarvoor al vaak rare uitvalverschijnselen had, soms heel zwaar. Dat was heel vervelend voor haar. Op die dag haalde onze vader ons van school en hoorden we dat mijn moeder ziek is. Ik begon me toen wel een beetje zorgen te maken, want ik had nog nooit van die ziekte gehoord. Maar uiteindelijk was ik wel heel blij dat het niet levensbedreigend was.”

Hoewel Rosalie er niet dagelijks bij stilstaat, is er natuurlijk wel wat veranderd in het gezin. “Omdat ze vaak moe is, kan ze sommige dingen niet meer. Veel dingen die je doet met je moeder, zoals shoppen, gaan niet meer. Dat is wel jammer. Maar aan de andere kant doen we weer andere dingen samen, zoals vaak naar de bioscoop of gewoon lekker kletsen met zijn tweeën. Ik vind het lastig, vooral voor haar, dat ze snel moe is. Soms is ze daardoor ook chagrijnig, maar dat begrijp ik wel.”

Gesprekken over MS

Tijdens het verblijf in een revalidatiecentrum praatten specialisten daar destijds ook met Rosalie en haar broer over de aandoening. “Dat vond ik wel fijn, omdat ze uitlegden wat MS precies inhoudt en wat er eventueel kan gebeuren bij mensen met de ziekte. Toen we het nieuws net hadden gehoord, heb ik het ook verteld aan mijn juf en aan een paar vriendinnen. Dat was niet heel uitgebreid. Maar een van mijn vriendinnen had mijn moeder wel eens thuis meegemaakt. Zij vond het heel erg. Met haar kon ik er ook wel goed over praten. Ze leefde heel erg met me mee, dat was wel fijn.”

“Hoewel ik er niet vaak aan denk, is het uiteraard niet fijn dat onze moeder ziek is. Het liefst zou ik natuurlijk zien dat ze weer beter wordt en gewoon gezond is. Maar het gaat op zich wel goed. Ze is er nu wel vaak voor ons. Ik vind het bijvoorbeeld nu heel prettig dat ze meestal thuis is als ik uit school kom, en dat ik kan vertellen wat ik heb meegemaakt. Ik heb een goede band met haar, al zijn we geen beste vriendinnen zoals sommige moeders en dochters. Het fijne vind ik ook dat zij zelf niet is veranderd, ze is nog steeds zichzelf. Heel erg zorgzaam; ze denkt altijd eerst aan anderen en dan pas aan zichzelf.”

Niet denken aan de toekomst

Zoals bij wel meer tieners het geval is, moet Rosalie toegeven dat zij en haar broer niet heel veel helpen in het huishouden. “Dat is niet veranderd, nee. Maar dat zouden we eigenlijk misschien wel meer moeten doen. Wel geef ik haar soms dingen aan, omdat het voor haar moeilijk is om te bukken. Verder sta ik niet heel veel stil bij haar ziekte. Alleen laatst weer even, toen ik voor een schoolopdracht een familielid moest interviewen. Toen heb ik mijn moeder geïnterviewd over MS en hoe het voor haar is om daarmee te leven. Aan de toekomst denk ik eigenlijk nooit. Ik vind het gewoon niet fijn om er bij stil te staan en erover na te denken.”