Joukje van der Naalt
Neuroloog UMCG

Toch heeft zes maanden na het ongeval één op de drie patiënten hun werk en andere activiteiten niet op het oude niveau hervat door aanwezige hoofdpijnklachten en concentratie- en geheugenproblemen. Deze klachten kunnen langdurig van invloed zijn op het dagelijks functioneren. Z

owel bij zorgverleners als in de directe omgeving van deze grote groep patiënten is er vaak weinig aandacht en begrip voor hun problemen. Zo wordt er gereageerd: het was immers maar ‘een lichte hersenkneuzing’ en ‘de klachten gaan vanzelf wel over’. In tegenstelling tot mensen met een ernstige hersenkneuzing is er weinig aan de buitenkant van deze patiënten te zien.

Vaak worden ze naar huis gestuurd zonder goede informatie over het optreden van klachten of het herstelpatroon. Toch is er de laatste jaren een verbetering te constateren in de zorg en aandacht voor patiënten met een lichte hersenkneuzing, zoals blijkt uit de oprichting van diverse hersenletselcentra en informatiesites. De recent uitgegeven Zorgstandaard Traumatisch Hersenletsel beschrijft precies welke zorg en adviezen nodig zijn voor deze patiënten.

Ondanks deze gunstige ontwikkelingen in de zorg voor patiënten met een hersenkneuzing is er meer wetenschappelijk onderzoek nodig om de vraag te beantwoorden waarom en welke patiënten na een ongeval langdurig klachten houden. De CT-scan van de hersenen direct na het ongeval laat vaak geen afwijkingen zien.

Na een hersenkneuzing kunnen bepaalde merkstoffen in het bloed de ernst van hersenbeschadigingen weergeven. Recent onderzoek met geavanceerde scans (zoals fMRI) laat zien dat hersengebieden na een lichte hersenkneuzing anders samenwerken dan gezonde hersenen. Dergelijk onderzoek biedt inzicht waarom patiënten langdurig klachten houden en de mogelijkheid om nieuwe therapieën te ontwikkelen.