Ingrid Brand was 47 en Douwe Verburg 46 toen ze getroffen werden door een SAB. Een SAB is ernstig. Een derde van de patiënten overlijdt, een derde houdt levenslang een verlamming of aangetast spraak- en denkvermogen. De rest herstelt goed, zo op het oog. Toch verandert ook hun leven drastisch door ‘onzichtbare’ gevolgen. Ingrid Brand (52) werkte in de bedrijfscatering toen ze een beroerte kreeg. Ze is kostwinner, dus ging ze na haar revalidatie weer snel aan het werk. Dat leek aardig te gaan. “Maar langzaam werd het me teveel. Een jaar na mijn beroerte zat ik weer thuis. Ik wilde alleen nog in bed liggen.”

Klassiek, volgens dr. Anne Visser- Meily, revalidatiearts bij het UMC Utrecht: “Omdat je van buiten niets aan SAB-patiënten ziet, draaien ze al snel weer mee. Er is weinig begrip bij Arboartsen en werkgevers hoe het voor iemand met hersenletsel is om weer te werken. Het is topsport. Ruim 90% van alle SAB-patiënten kan niet terugkeren in zijn oude functie. Ze kunnen slecht multitasken, lijden aan concentratieverlies en vermoeidheid, en hun handelingstempo is beperkt.”

Wakker geschud

Douwe Verburg (48) werkte als ingenieur bij de gemeente Utrecht, gaf leiding aan 24 mensen. Na zijn SAB liep hij in zijn werk tegen nieuwe grenzen aan. “Je wilt weer voor 100% functioneren, maar dat lukt niet. Na een jaar ging het mis. De psycholoog heeft me wakker geschud. Je moet afscheid nemen van de manier waarop je jezelf ziet. Door de ergotherapie leer ik omgaan met mijn beperkingen. Ik kan niet werken in een kantoortuin, dan kan ik niet focussen. Mijn werktempo is gedaald en ik geef geen leiding meer. Maar ik werk wel weer 30 uur per week.”

Herkenning

Ingrid Brand zit in een reïntegratietraject en doet vrijwilligerswerk. In een praatgroep vindt ze herkenning en leert ze praktische oplossingen. Net als Douwe neemt ze deel aan onderzoek bij het UMC Utrecht. Daar wordt onderzoek verricht vanuit revalidatiegeneeskunde om patiënten hun leven zo goed mogelijk weer te laten oppakken. Neuroloog prof. dr. Gabriël Rinkel onderzoekt al twintig jaar de oorzaken en de risico’s van een SAB.

Je loopt meer risico op een SAB als het in je familie voorkomt, als je een hoge bloeddruk hebt en rookt.

“We zijn specialist geworden op het gebied van beroertes. Je loopt meer risico op een SAB als het in je familie voorkomt, als je een hoge bloeddruk hebt en rookt. We zouden graag mensen met een hoog risico nog sneller en beter opsporen. Wij werken hier met een groot team, bestaande uit acht ‘stroke’ (beroerte)-neurologen, vier vaatneurochirurgen en vier radiologen. We bespreken patiënten en behandelingen met elkaar, werken nauw samen. Daarmee houd je elkaar scherp. En we onderzoeken hier duizenden mensen. Wie loopt risico en wie niet? Kunnen we dat in de genen zien? Als we een beroerte kunnen voorkomen, zou dat veel leed schelen.”

Toekomst

Hoe ziet de toekomst eruit voor Ingrid en Douwe? Ingrid: “Ik wil gewoon een beetje werken, de hypotheek kunnen betalen. En niet teveel moeten.” Douwe: “Ik hoop dat ik meer energie krijg. Ik ga weer leren voor mijn nieuwe functie. Dat vind ik leuk.” Dr. Visser werkt aan een e¢ectievere behandeling voor de onzichtbare gevolgen. Prof. Rinkel hoopt een bloedtest te ontwikkelen die aangeeft wie risico op een SAB loopt. “Dat moet haalbaar zijn. Ik ga er mijn uiterste best voor doen.”