Erik Scherder
Hoogleraar neuropsychologie VU Amsterdam

Als je gaat bewegen, krijgen je hersenen meer prikkels. Als je bijvoorbeeld buiten loopt, voel je de wind door je haar, je ziet en hoort dingen om je heen, je voelt je spieren en gewrichten… Dat zijn allemaal prikkels voor de hersenen. Door meer prikkels ontstaat in de hersenen meer grijze stof, waar informatie wordt verwerkt, en worden signalen beter doorgegeven. Bewegen blijkt ook heilzaam bij psychische klachten zoals angst, depressie en stress. Het veroorzaakt onder andere een betere doorbloeding in het brein.

Het advies is om minstens een half uur per dag, minimaal vijf keer per week, matig intensief te bewegen. Dagelijks iets aan beweging doen is beter dan bijvoorbeeld twee keer per week flinke inspanning. Op jongere leeftijd kun je met veel beweging zelfs een ‘reserve’ opbouwen voor later. Actieve jongeren doen het, waarschijnlijk vanwege die reserve, later beter wat betreft cognitieve functies zoals concentratie en onthouden.

Verminderen

Ook na hersenschade, bijvoorbeeld een herseninfarct, kan bewegen positief werken. Het brengt de motoriek weer op gang, kan het herstel versnellen en wellicht de gevolgen van de schade verminderen. Misschien ook voor de cognitieve processen zoals geheugen, maar daar is helaas nog weinig onderzoek naar gedaan.

Het kan natuurlijk gebeuren dat iemand na bijvoorbeeld een beroerte geen behoefte heeft om te gaan bewegen. Dan kan de omgeving die persoon stimuleren om toch bijvoorbeeld een wandeling te gaan maken. Of een patiënt met dementie overhalen om mee te gaan op een boottocht. Dan komt die persoon als het ware uit een cocon vandaan. Familie of partners van de patiënt zeggen dan vaak: ‘We wisten niet dat zij dit nog kon!’ Het brein kan heel veel als het wordt geprikkeld.

Zoals gezegd is het niet goed bekend of bewegen bij een hersenaandoening ook de cognitieve functies verbetert.

Zoals gezegd is het niet goed bekend of bewegen bij een hersenaandoening ook de cognitieve functies verbetert. Bij kinderen met bijvoorbeeld ADHD lijkt bewegen wel een goed effect te hebben op de concentratie. Misschien zouden kinderen op school daarom regelmatiger tussendoor moeten bewegen. Over de effecten op de langere termijn op de cognitie is nog weinig bekend.

Of je met bewegen ook hersenziekten kunt voorkómen, is erg moeilijk te onderzoeken. Want dan zou je in een studie mensen heel lang moeten volgen. Het is wel bekend dat activiteit het hersenvolume vergroot en de verbindingen tussen hersengebieden kan versterken. Tevens vermindert bewegen de risicofactoren voor dementie, zoals hoge bloeddruk, hart-en vaatziekten en suikerziekte type 2.

Meer prikkels

Zelf tennis ik en fiets ik minimaal een uur per dag. Ik beweeg het liefst buiten. Ik denk dat dat effectiever is. Je krijgt daar meer prikkels en ook meer daglicht. Dat stuurt je biologische klok aan en dat heeft weer een sterke relatie met de cognitie. Sportscholen zijn populair, maar buiten is het veel prettiger.

Het is zorgelijk dat we met ons allen steeds minder bewegen. Vroeger stapte je nog op de fiets als je iemand wilde zien. Nu gaat veel contact via de sociale media. Vooral kinderen zitten dagelijks uren voor een beeldscherm of de televisie. Passiviteit kan grote consequenties hebben voor je leervermogen, je stemming en je slaap-waakritme.

Eigenlijk zijn alle vormen van bewegen goed voor de hersenen. Fietsen, roeien, lopen, tuinieren, het huishouden… Ideaal is een combinatie van verschillende vormen. Als je bijvoorbeeld aan muziek doet, sport en een opleiding volgt, dan ben je goed bezig. Of je nou jong bent of oud.