Karen Schipper
Onderzoeker VUmc

Ondervraagden geven aan meer zelfvertrouwen te hebben en beter te durven en kunnen communiceren. Ze participeren meer en sneller in de samenleving en hebben het gevoel dat ze - nog steeds - meetellen.

Het onderzoek is uitgevoerd door het VU Medisch Centrum. “Doel van het onderzoek was de meerwaarde van de afasiecentra in kaart te brengen”, aldus onderzoeker Karen Schipper. “Nederland telt tweeëntwintig afasiecentra, die door de invoering van de Wmo in toenemende mate financiële problemen ondervinden. Daardoor komt belangrijke zorg voor cliënten onder druk te staan.”

Afasie is een taalstoornis als gevolg van hersenletsel, bijvoorbeeld door een beroerte of tumor. Deze taalstoornis uit zich in spraak- en mogelijk ook schrijfstoornissen en moeite met het begrijpen van taal. In de regionale afasiecentra leren mensen tijdens individuele of groepsgesprekken hoe ze in het dagelijks leven beter kunnen communiceren; door bijvoorbeeld te gebaren, schrijven of te tekenen. Schipper: “De focus ligt op dingen dúrven, denk aan boodschappen doen, met de bus of trein reizen. Maar ook: hoe geef je aan dat je niet kunt praten?

Leren

Het unieke van de afasiecentra is volgens de onderzoekster dat cliënten er van elkaar leren. “De groepen worden geleid door een professional en vaak ook een ervaringsdeskundige. Dat leidt tot optimale resultaten. De centra bieden zo veel meer dan de eerstelijns logopedie, die zich beperkt tot leren praten en op een andere manier communiceren. In een afasiecentrum leren mensen hoe ze dat in praktijk kunnen brengen en zo mee kunnen doen in de maatschappij.”

Schipper geeft aan dat het onderzoek, getiteld ‘De daad bij het woord’, soms moeilijk was. Juist omdat getroffenen moeite hebben met het beantwoorden van vragen. “We hebben gewerkt met communicatieboeken of tekeningen, en we hebben ook heel veel geobserveerd. Korte gesprekjes bij de lunch leverden soms verrassend veel informatie op; cliënten waren niet zo gespannen als tijdens een interview.”

De meerwaarde van de afasiecentra moet breder bekend worden, vindt de onderzoekster. “Vooral het leren van elkaar door lotgenotencontact zorgt ervoor dat mensen na hersenletsel niet achter de geraniums blijven zitten. In Nederland vinden we participatie toch zo belangrijk?! Dan zou het idioot zijn als de afasiecentra verdwijnen. We hebben het niet over heel dure zorg, wél over zorg die uniek is en onmisbaar voor deze groep.”