Michaela Pronk is als arts en systeemtherapeut gespecialiseerd in ADHD. De meeste mensen denken bij ADHD aan erg drukke kinderen, maar feitelijk is dat geen typisch kenmerk van de aandoening. “Kinderen kunnen druk lijken, maar dat komt doordat zij hun gedrag niet goed kunnen controleren.

Ze kunnen bijvoorbeeld continu friemelen of tikken, vergeten hun jas op te hangen en zijn snel afgeleid. Ze hebben veel moeite met het uitvoeren van dagelijkse dingen.” Kinderen met ADHD weten wel wat van hen verwacht wordt, maar ze doen dat niet wanneer het nodig is. De uitvoerende functies in de hersenen schieten tekort en zijn nog niet voldoende ontwikkeld.

Later ontdekt

Soms wordt ADHD al in groep drie van de basisschool vastgesteld. Maar als ouders het kind veel steun geven, kan het gebeuren dat er in groep drie nog geen problemen zijn. “Dan kan het pas later worden ontdekt”, zegt Pronk. “Bijvoorbeeld bij de overgang van groep acht naar de brugklas.

Dan wordt meer zelfstandigheid van het kind verwacht en kan blijken dat het kind nog niet goed kan organiseren en plannen. Voor een kind met ADHD en weinig concentratie is het zwaar om een schooldag door te komen. Ze moeten in de loop van het jaar steeds meer op hun tenen lopen en zijn aan het eind van het schooljaar soms uitgeput. Leerkrachten veronderstellen vaak onwil bij de leerling, maar het gaat echt om onvermogen.”

Er bestaan wel methoden en trainingen om beter met ADHD om te gaan. Dat begint met goede informatie over de aandoening. De kunst is dat leerkrachten en ouders de omgeving zodanig weten te aan te passen, dat het kind in de praktijk kan brengen wat van hem of haar wordt verwacht. Maar het is een grote opgave voor de leerkracht. Pronk: “Ideaal zou zijn als het kind goed wordt begeleid en als er een steunnetwerk rond het kind wordt opgebouwd.

Maar de leerkracht moet ook de rest van de klas aandacht geven. Veel leerkrachten zijn echt wel betrokken bij de kinderen in hun klas en proberen met de ouders een goede band op te bouwen. Maar de docent zit ook met de eigen emoties, en heeft ook wel eens een slechte dag. Het zou goed zijn als leerkrachten in hun opleiding een ADHD-training zouden kunnen volgen.”

Onbekendheid

Helaas zijn scholen vaak niet op de hoogte van de laatste kennis over ADHD. Pronk ziet wel eens gebeuren dat een school zich dan zelf met een kind gaat bemoeien en dat leerkrachten zelf gaan ‘dokteren’. “ADHD wordt niet altijd serieus genomen. Er is nog veel onbekendheid over.”

Wat goed kan werken, is als het kind zelf open is over ADHD, bijvoorbeeld door er een spreekbeurt over te houden. “Je ziet dan dat klasgenoten het kind gaan helpen, bijvoorbeeld door hem of haar er aan te herinneren om de jas op te hangen of te helpen met taken. Dat vind ik indrukwekkend om te zien. Het is fijn als je dat in de klas kunt bereiken.”

'Vroeger veel last ADHD'

Suzan Otten heeft twee kinderen met ADHD. Pas nadat de aandoening bij hen was vastgesteld, werd duidelijk dat zij het zelf ook heeft. “Ik heb er vroeger heel veel last van gehad.”

Net als haar kinderen nu, was Suzan in haar jeugd erg druk. “Er was geen land met me te bezeilen. Ik kreeg veel straf op school en niemand wist hoe ze met mij moesten omgaan. Ik deed nooit wat me gezegd werd. Dat was geen onwil, maar gewoon onmacht. Alles wat ik deed, mislukte. Dat heeft mijn zelfbeeld erg naar beneden gehaald.”

Opleiding

Uiteindelijk kon Suzan accepteren hoe ze is. Op haar 21ste ging ze een opleiding doen in het maatschappelijk werk. Het begeleiden van mensen met ADHD werd haar specialisatie. Inmiddels heeft ze een eigen praktijk, schrijft ze columns voor de website adhdnetwerk.nl en heeft ze samen met psychiater Sandra Kooij het boek Hyper Sapiens geschreven over ADHD.

Suzan heeft, samen met andere (ervarings)deskundigen, het glossy magazine ‘SUZAN!¡’ gepubliceerd over alles wat met ADHD te maken heeft. Ze vertelt daarover: “Over ADHD wordt vaak negatief geschreven in de media. Daar wilden we iets aan doen. We hebben een positief magazine gemaakt waarin het draait om kennis, humor en emotie.

Alle mensen die aan het magazine meewerken, doen dat vrijwillig en uit betrokkenheid bij het onderwerp en bij de doelgroep. Ik vind het een heel bijzonder magazine, dat ook prachtig is vormgegeven. De eerste uitgave, van tienduizend exemplaren, was een succes en is vrijwel uitverkocht. In oktober verschijnt alweer de derde editie, die we weer groots willen lanceren.”