Beroerte

Bij een beroerte, ook wel CVA (cerebro vasculair accident) genoemd, is er een lek in een hersenbloedvat (hersenbloeding) of raakt een bloedvat verstopt, waardoor een deel van het hersenweefsel te weinig bloed krijgt en afsterft (herseninfarct). Dat heeft lichamelijke en psychische gevolgen. Velen moeten dagelijkse handelingen opnieuw leren, zoals lopen, praten of zich wassen en aankleden. Dat gebeurt onder begeleiding van bijvoorbeeld de fysiotherapeut of logopedist. Maar vaak zijn er blijvende beperkingen. De patiënt moet dat verwerken en ermee leren omgaan. Dat vraagt veel ondersteuning van de partner of familie en vrienden.

Traumatisch hersenletsel

Dit is beschadiging van de hersenen door een oorzaak buiten het lichaam, zoals een val, een klap op het hoofd of een verkeersongeluk. Daardoor ontstaat bijvoorbeeld een hersenschudding of hersenkneuzing. Traumatisch hersenletsel treft met name jonge kinderen, jong volwassen mannen en ouderen. Bij de meesten gaat het om licht hersenletsel. Deze mensen zoeken vaak geen hulp of gaan alleen naar de huisarts of de Spoedeisende Hulp. Het herstel verloopt voor iedereen anders. Een hersenschudding gaat meestal weer over, maar een hersenkneuzing kan leiden tot blijvende ernstige handicaps (zoals trillende handen) of psychosociale problemen. Soms kan een patiënt zelfs na een jaar nog niet werken.

Dementie

Bij dementie raken hersencellen beschadigd door bijvoorbeeld slechte doorbloeding van de hersenen, letsel aan het hoofd of een ernstige ziekte. Het meest opvallend bij dementie zijn problemen met het geheugen, lezen, praten, schrijven en rekenen. Ook andere verstandelijke vermogens gaan achteruit, zoals denken en oriëntatievermogen. Er zijn veel vormen van dementie. De bekendste is de ziekte van Alzheimer. Dementie is niet te genezen. Behandeling is gericht op verbetering van de kwaliteit van leven. Het streven is vaak om mensen met dementie zo lang mogelijk thuis te houden, in hun vertrouwde omgeving. Voor Alzheimerpatienten is in Nederland veel hulp en ondersteuning mogelijk.

Depressie

Wanneer iemand langdurig neerslachtig is en dit ernstige problemen veroorzaakt, kan sprake zijn van een depressie. De kenmerken zijn onder andere weinig of geen belangstelling voor aangename dingen, lusteloosheid, slaapproblemen, vermoeidheid, gevoelens van minderwaardigheid en zelfs gedachten aan zelfdoding.

Depressie kan voorkomen in combinatie met een bepaalde hersenaandoening, zoals een beroerte. Depressie is over het algemeen goed te behandelen. Dat kan met gesprekstherapie bij een psycholoog, medicijnen of een combinatie van beide. De behandeling hangt af van de ernst van de klachten. Ook praten met vrienden of familie kan helpen en steun geven, evenals een gezonde leefstijl met regelmaat, rust, gezonde voeding en voldoende beweging.

Parkinson

Bij de ziekte van Parkinson ontstaat in de hersenen een tekort aan de stof dopamine. Daardoor wordt de aansturing van spierbewegingen verstoord en gaan armen en benen beven. Tegelijkertijd worden spieren stijf. Een parkinsonpatiënt loopt vaak schuifelend, heeft een veranderde lichaamshouding gaat zonder emotie spreken. Ook de gezichtsspieren worden niet meer goed aangestuurd en de patiënt kan problemen krijgen met slikken. Behandeling kan met medicijnen die het dopaminetekort aanvullen, en daarnaast ook met fysiotherapie, logopedie en ergotherapie. Dit alles biedt ondersteuning om de dagelijkse bezigheden langer zelfstandig te kunnen uitvoeren.

Epilepsie

Epilepsie is een aandoening waarbij ‘kortsluiting’ optreedt in de hersenen. Cellen in de hersenen communiceren met elkaar door het afgeven van elektrische impulsen. Bij een epilepsieaanval worden sommige hersencellen overactief en gaan in het wilde weg elektrische signalen afgeven. Er ontstaat als het ware onweer in de hersenen. De patiënt kan daarbij tijdelijk het bewustzijn verliezen. Voor de behandeling bestaan gespecialiseerde epilepsiecentra. Omdat epileptische aanvallen meer kans op ongevallen geven, krijgen patienten ‘leefregels’ zoals niet meer zwemmen of (tijdelijk) niet meer autorijden. Bij een deel van de patiënten is de aandoening over het algemeen goed onder controle te krijgen met medicijnen (anti-epileptica).

Migraine

Bij migraine doen zich aanvallen voor van zware hoofdpijn, vaak met misselijkheid, overgevoeligheid voor licht of geluid, of uitvalsverschijnselen (een zogenoemde ‘aura’). Er zijn verschillende vormen van migraine. Een aanval kan enkele dagen duren, maar het verschilt sterk per persoon hoe heftig een aanval is, hoe vaak die voorkomt en hoe lang die duurt. Vrouwen kunnen rond de menstruatie een aanval hebben (menstruele of hormonale migraine genoemd). Migrainepatiënten zijn gevoeliger voor bepaalde prikkels die een aanval van migraine kunnen uitlokken. Dit is voor een deel erfelijk bepaald. Tijdens een aanval is de activiteit van de hersenen verstoord. Migraine is over het algemeen met medicijnen goed te behandelen door de huisarts.

Afasie

Afasie is meestal het gevolg van een hersenbeschadiging door bijvoorbeeld een beroerte, hersentumor, hersenschudding, ontsteking, operatie of vergiftiging. Het uit zich bij iedereen anders, afhankelijk van de plaats en ernst van de hersenbeschadiging. Vaak heeft afasie invloed op spreken, taalbegrip, lezen en schrijven. Volledig herstellen is meestal niet mogelijk. Logopedie kan wel helpen om de spraak te verbeteren. Daarnaast bestaat een speciaal computer-oefenprogramma waarmee een afasiepatiënt zelfstandig kan oefenen.

Autisme

Bij autisme gaat iets fout bij het verwerken van informatie in de hersenen. Patiënten hebben vaak beperkingen in de sociale omgang, communicatie, lichaamstaal en inleving in anderen. Ze zijn bijvoorbeeld erg in zichzelf gekeerd, maken geen oogcontact met anderen en herkennen geen gezichtsuitdrukkingen.

Hun gedrag bestaat vaak uit herhalende patronen en ze kunnen helemaal opgaan in een bepaalde activiteit. De precieze oorzaak van autistische stoornissen is tot nu toe niet bekend. Vaak is het aangeboren. ASS is niet te genezen en slechts beperkt te behandelen. De behandeling richt zich meestal op het zo goed mogelijk leren omgaan met de beperkingen. Daarnaast kan de omgeving worden aangepast (zoals een vaste werkplek of een vaste dagindeling).

Dyslexie

Mensen met dyslexie (woordblindheid) hebben een normale intelligentie maar hebben moeite met lezen, spellen en schrijven. Dyslexie wordt vaak ontdekt bij kinderen op school. De aandoening kan belemmeringen veroorzaken in het onderwijs en kan ook leiden tot sociaal-emotionele problemen. Ook tijdens een studie of beroepsopleiding en later op de werkvloer kan dyslexie gevolgen hebben. Over de oorzaak ervan bestaan meerdere theorieën. Zo zou bij de aanleg van de hersenen de linker hersenhelft zich langzamer ontwikkelen dan de rechter helft. Of er kan iets mis zijn met de informatieverwerking in de hersenen, of met de hersengebieden voor taal. Er is geen therapie waarmee het leesprobleem volledig wordt opgelost. Als dyslexie is vastgesteld bij een kind, dan vindt vaak begeleiding plaats door de school.