De reden: steeds meer mannen laten zich op jongere leeftijd onderzoeken op deze vorm van kanker. Jaarlijks overlijden in Nederland ongeveer 2.500 mannen aan de ziekte.

De behandeling van prostaatkanker is afhankelijk van de grootte van de tumor, de groei ervan, wel of geen uitzaaiingen en de wensen van de patiënt. De meest toegepaste behandelingen zijn waakzaam wachten, opereren, uitwendig en inwendig bestralen, antihormonale therapie, chemotherapie of ondersteunende behandelingen.

Pieter van den Berg is internist oncoloog in het Hilversumse Tergooi ziekenhuis. Hij vertelt: “In principe vindt er een lokale be- handeling (bestraling, operatie) plaats. 1 op de 20 patiënten heeft bij het stellen van de diagnose al uitzaaiingen, dan heeft een lokale behandeling minder zin. Afhankelijk van het beginstadium krijgt uiteindelijk 15 - 60 procent van de pëtienten later in het leven te maken met terugkeer van de prostaatkanker.”

Hij stelt: “Het grote probleem is dat we de groep patiënten met een agressief beloop van de kanker op basis van de huidige voorspellers niet goed kunnen onderscheiden. Er is daardoor een gevaar van onderbehandeling bij de ene groep patièˆnten waardoor zij komen te overlijden aan de kanker. Anderzijds is er ook een gevaar van overbehandeling voor de andere groep patiënten waardoor de patiënt geconfronteerd kan worden met bijwerkingen van een operatie/bestraling zoals erectiestoornissen en incontinentie.”

Vijf therapieën

Van den Berg stelt dat er geen 100 procent zekerheid is over de te volgen behandelroute. “Natuurlijk zijn er criteria, maar het onderscheid tussen agressieve en niet agressieve kanker is echter op voorhand niet altijd zo duidelijk. Daarom blijft onderzoek naar betere criteria om het gedrag van een tumor beter te kunnen voorspellen (biomarkers), hard nodig.”

Nu is er zeker keus tussen vijf therapieën.

Ook al is er geen kans meer op genezing, de behandelopties met behoud van kwaliteit van leven, nemen toe. “Tot 2004 kon dit alleen met antihormonen, maar daarna kwamen er verschillende behandelopties zoals chemotherapie beschikbaar. Nu is er zeker keus tussen vijf therapieën. Daarom is het belangrijk dat in principe iedere patiënt met uitzaaiingen minimaal 1 keer een internistoncoloog bezoekt.”

Om beter inzicht te krijgen in het effect van alle nieuwe behandelingen, komt er een landelijke database waar 20 ziekenhuizen hun ervaringen delen. De stichting DUOS (Dutch Uro-Oncology Studygroup) is een multidisciplinaire studiegroep van 32 aangesloten ziekenhuizen, deze coördineert het onderzoek bij onder andere prostaatkanker.

Precisie zorgt voor minder klachten

Dr. Sjoerd Klaver is uroloog in het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam. Hij vertelt over het verwijderen van de prostaat met behulp van de Da Vinci operatierobot. “Deze opereert niet zelf, het is een ‘hulpmiddel’ dat door een team van artsen wordt bediend. Prostaatverwijderingen met de Da Vinci geven minder erectie- en incontinentieproblemen na de operatie, mits uitgevoerd door een ervaren operateur.

Dat komt door de precisie waarmee kan worden gewerkt. De robot heeft een camera met driedimensionale beeldvergroting waarmee we vier keer zo goed zien als met het blote oog. Daardoor beschadigen we minder weefsel en zenuwen tijdens de verwijdering en is de kans op erectie- en incontinentieproblemen dus kleiner. Bloedingen van de omliggende vaatjes zijn ook sneller en preciezer te stoppen.

Klachten na een operatie zijn echter nooit uit te sluiten. Vergelijk een prostaat met een mandarijn, waar de schil de zenuwbanen zijn. Soms ligt de prostaat heel los in die schil en kan deze gemakkelijk worden losgemaakt zodat er niets beschadigt. Soms zit de schil echter heel vast en dan is het vrijwel onmogelijk deze eraf te halen zonder te beschadigen. Dan is het erectieherstel bijvoorbeeld ook minder goed.”

Veel oefening

Niet elk ziekenhuis heeft een Da Vinci operatierobot ter beschikking. “Het is een dure investering en het vergt specialistische kennis om de robot te bedienen. Het vergt ook veel oefening, net als bij ‘gewone’ laparoscopische operaties.

Kiest men voor een operatie, dan zou een patiënt goed geinformeerd moeten worden over de soorten operaties (open of laparoscopisch of robot geassisteerd) en de ervaring van de operateur met deze verschillende methoden. Desgewenst kan de patiënt een verwijzing krijgen.”