Marjolein de Jong
Bestuurder Alexander Monro Ziekenhuis
Oncoogische chirurg

Of iemand erfelijke aanleg heeft voor borst- of eierstokkanker ligt besloten in de genen. Afwijkingen hierin bepalen uiteindelijk of er een sterk verhoogd risico is op het krijgen van een bepaald type kanker. In het geval van borstkanker leiden afwijkingen in een van de BRCA-genen bij vrouwen tot een 60 tot 80 procent kans om deze ziekte te krijgen voor hun zeventigste. In ongeveer vijf tot tien procent van alle diagnoses is er sprake van erfelijke aanleg.

Erfelijkheid en familiair

Kanker op zichzelf is niet erfelijk, maar de genoemde aanleg wel. Marjolein de Jong, oncologisch chirurg
en bestuurder bij het Alexander Monro Ziekenhuis, verduidelijkt: “Mensen met een genafwijking kunnen deze doorgeven aan hun nageslacht. Hierdoor kan dit nageslacht ook te maken krijgen met deze erfelijke aanleg en bijbehorende risico’s.”

Naast erfelijke aanleg bestaat er ook familiaire aanleg. Dit houdt in dat iemand een vergrote kans kan hebben op een kankersoort omdat deze vaker dan gemiddeld voorkomt in de familie. Hier spelen genafwijkingen in ‘hoog-risico genen’ meestal geen rol.

Erfelijkheid en familiair

Kanker op zichzelf is niet erfelijk, maar de genoemde aanleg wel. Marjolein de Jong, oncologisch chirurg en bestuurder bij het Alexander Monro Ziekenhuis, verduidelijkt: “Mensen met een genafwijking kunnen deze doorgeven aan hun nageslacht. Hierdoor kan dit nageslacht ook te maken krijgen met deze erfelijke aanleg en bijbehorende risico’s.”

Naast erfelijke aanleg bestaat er ook familiaire aanleg. Dit houdt in dat iemand een vergrote kans kan hebben op een kankersoort omdat deze vaker dan gemiddeld voorkomt in de familie. Hier spelen genafwijkingen in ‘hoog-risico genen’ meestal geen rol.

Erfelijkheidsonderzoek

Moeten we ons meteen zorgen maken als er kanker voorkomt in de familie? “Dat niet”, zegt De Jong. Maar ze pleit wel voor alertheid. “Het is echt heel belangrijk om na te gaan of en welke familieleden welke vorm van kanker hebben (gehad), om vervolgens te kijken of dit bepaalde consequenties kan hebben. Niet alleen in het geval van borstkanker, maar bijvoorbeeld ook bij prostaatkanker.

''Ken je borsten: Kijken moet, voelen mag”

Als er vaker dan gemiddeld kanker voorkomt in je familie of als er een of meerdere familieleden jonger dan 40 jaar de ziekte hebben gekregen, kom je mogelijk in aanmerking voor een erfelijkheidsonderzoek.

Als er een reden is om DNA-onderzoek te laten doen, kan worden onderzocht of je de erfelijke aanleg hebt. Hiervoor zijn duidelijke richtlijnen.”

“Maak het bespreekbaar”

Het is heel belangrijk om een eventuele erfelijke aanleg bespreekbaar te maken in de familie, zegt De Jong. Hoe lastig dat soms ook is. “De huisarts kan je zeggen of een erfelijkheidsonderzoek wenselijk is.

Sommige mensen vergeten dat je ook de mannelijke lijn in de familie mee moet nemen als je kanker in de familie in kaart brengt, dus hier is ook aandacht voor nodig.”

Je borsten kennen

Is de kans op kanker groter, dan kun je ernaar handelen met onderzoek en eventuele vervolgstappen met de specialisten bespreken. Om borstkanker in een zo vroeg mogelijk stadium te helpen ontdekken, kunnen vrouwen zelf ook veel doen.

''Denk ook aan de mannelijke lijn bij kanker in de famiile''

Zij moeten hun borsten goed kennen, zegt De Jong. “Het betekent dat je goed weet hoe ze er in normale doen uitzien en voelen. Voorheen werd zelfonderzoek door het regelmatig bevoelen van de borsten gepromoot.

Dat wordt nu niet meer standaard geadviseerd, omdat het onbetrouwbaar is en daarbij ook zorgt voor veel onrust, zonder dat er iets aan de hand hoeft te zijn. Kijken is veel belangrijker en moet je wel regelmatig doen. Zo zijn eventuele veranderingen tijdig op te merken.

Ga bij twijfel over een verandering naar de huisarts en laat het onderzoeken. Het is van levensbelang om er in een vroeg stadium bij te zijn. Des te groter is de kans dat we met een behandelplan kunnen zorgen voor genezing van de ziekte.”

Tips bij het kijken naar je borsten

* Kijk in de spiegel hoe je borsten eruit zien. Zijn ze gelijk? Is de ene groter dan de ander?

* Doe hetzelfde bij de tepels.

* Check je borsten op vormveranderingen (deuken, huidputjes, bulten).

* Zie je ongebruikelijke vormen, kleuren of zwellingen of is de huidstructuur anders op de ene borst ten opzichte van de andere?

* Check daarnaast of er vocht uit de tepel(s) komt.

* Hou ook in de gaten of zich veranderingen voordoen in de oksel.