"De gedachte dat ik doodga, spookte constant door m'n hoofd"

Dave: “Toen de arts me vertelde dat ik blaaskanker had, wilde ik het eerst niet geloven. Ik rookte niet, at gezond, was jong… Ik was ervan overtuigd dat ik geen kanker kon hebben. Toen eindelijk tot me doordrong dat het toch zo was, schoot door m’n hoofd: nu ga ik dood. Ik had een neef op jonge leeftijd verloren aan blaaskanker, ik dacht direct aan hem.ave: “Toen de arts me vertelde dat ik blaaskanker had, wilde ik het eerst niet geloven. Ik rookte niet, at gezond, was jong… Ik was ervan overtuigd dat ik geen kanker kon hebben. Toen eindelijk tot me doordrong dat het toch zo was, schoot door m’n hoofd: nu ga ik dood. Ik had een neef op jonge leeftijd verloren aan blaaskanker, ik dacht direct aan hem.  

Ongeloof en verslagenheid

Vlak daarna begonnen de behandelingen: een operatie en een half jaar blaasspoelingen met chemotherapie. Uitgewerkt in schema’s van de weken en dagen dat je moest komen. Terwijl mijn partner Sander en ik nog vol ongeloof en verslagenheid zaten. De situatie was zo onwerkelijk. Voor de 1e behandeling was ik heel zenuwachtig, daarna liet ik het gewoon gebeuren. Ik had in die tijd ontzettend veel steun van Sander en van mijn zussen. Ik sloeg me er wel doorheen.

"Vlak daarna begonnen de behandelingen. Terwijl wij nog voor ongeloof en verslagenheid zaten."

Steun van de huisarts

Ook van mijn huisarts heb ik enorm veel steun gehad. Zij belde na elke behandeling om te vragen hoe het met me ging en of ik hulp nodig had. Ze zei me dat ik en Sander altijd bij haar aan konden kloppen. Voor psychische problemen, maar ook voor klachten en vragen op het gebied van seks en onze relatie. Met je huisarts praat je toch wat makkelijker over dit soort dingen dan met mensen in je omgeving. Die wil je daar niet altijd mee belasten. Ik heb hele fijne gesprekken met haar gevoerd. Die hebben me zeker geholpen. En het is fijn om te weten dat ik altijd bij haar terechtkan. 

Straks ga ik dood

Na een half jaar was de behandeling klaar. Eerst dacht ik: yes, ik kan weer verder. Maar eigenlijk was de periode erna veel heftiger. Dat heb ik echt onderschat. De buitenwereld denkt: het zit erop. We gaan verder en we praten er niet meer over. Maar ik voelde me helemaal niet goed. Blaaskanker is een vorm van kanker die vaak terugkomt. Met die angst worstelde ik constant. De artsen zeggen wel dat het weg is, maar ook dat ze niet kunnen garanderen dat het niet terugkomt.

De gedachte dat ik doodga, spookte constant door m’n hoofd. En nu, anderhalf jaar na de behandeling, eigenlijk nog steeds. Bij elk pijntje dat ik voel denk ik: zal de kanker terug zijn? En elke keer als ik een check-up krijg: straks is het helemaal fout en ga ik dood. Je bent het vertrouwen in je lichaam volledig kwijt. Ik kan daar ’s nachts echt wakker van liggen. 

Extra laagje

Ik merk dat die angst een wissel op mij als persoon trekt. Ik was altijd opgewekt en positief. Dat ben ik nog steeds, maar minder. Er is een extra laagje overheen gekomen. Als ik lach, voelt het niet altijd alsof het echt is. Eigenlijk weet niemand dat van me. Behalve natuurlijk Sander en m’n familie. Ik laat dat ook niet merken. Iedereen kent me als de vrolijke Dave waarmee het altijd goed gaat. Want dat je bang bent, dat vertel je niet zo makkelijk. Daardoor voel ik me soms best eenzaam. Mensen steunen me wel, maar niemand kan echt weten hoe ik me voel.

"Ik ben nog steeds opgewekt en positief, maar minder. Er is een extra laagje overheen gekomen."

Hulp van een psycholoog

Ondanks de fijne gesprekken bij de huisarts, heb ik nooit gevraagd om psychische hulp. Ik vond en dacht dat ik het zelf wel kon. Ik heb best veel meegemaakt in m’n leven. Ik heb m’n moeder verloren toen ik jong was bijvoorbeeld. Maar wat er ook gebeurde: ik loste het zelf op. Ik kon dat. En misschien ben ik ook wel bang voor wat er gebeurt als ik in oude wonden ga wroeten. Wil ik dat wel? Maar nu, 2 jaar na de diagnose, denk ik er toch over om de hulp in te schakelen van een psycholoog. Misschien helpt het me om mijn angsten de baas te worden. En wat van dat extra laagje af te schrapen. Om zo de oude Dave weer terug te krijgen.”