Vormen van kanker worden ingedeeld naar het orgaan waarin de kanker is ontstaan: borst, darm, lever, enzovoort. Dat bepaalt tevens de behandeling. Protocollen voor borstkanker zijn anders dan voor darmkanker.

Helaas reageert globaal slechts één op de vier kankerpatiënten op therapie, al verschillen de resultaten enorm tussen de verschillende vormen van kanker. Driekwart van alle kankerpatiënten heeft dus geen baat bij therapie, maar heeft wel last van de bijwerkingen. Wereldwijd wordt jaarlijks 47 miljard uitgegeven aan kankergeneesmiddelen, maar driekwart daarvan is dus feitelijk weggegooid geld.

Verandering in behandeling

De traditionele benadering is helemaal aan het veranderen. We weten nu dat kanker ontstaat door veranderingen (mutaties) in het DNA. Kankercellen bevatten meestal tientallen mutaties die samen de celgroei ontregelen. Deze mutaties kunnen erg verschillen tussen patiënten. Ook tussen patiënten met dezelfde kankersoort. Geen twee tumoren zijn hetzelfde.

Eigenlijk zou je bij een patiënt eerst willen weten wat de specifieke DNA defecten zijn in diens tumor. Ongeacht waar die tumor zit. Op basis daarvan kun je de patiënt dan een behandeling geven die specifiek past bij die tumor. Door te kijken naar mutaties, kun je patiënten soms behandelen met een middel waar je nooit aan had gedacht. Een voorbeeld is het medicijn herceptine. Dat wordt gebruikt bij borstkanker, maar zou ook toegepast kunnen worden bij sommige patiënten met maag-, long- of darmkanker, omdat daarbij de mutaties overeenkomst vertonen met die bij borstkanker.

Een knelpunt hierbij is nog de financiële kant: herceptine wordt niet vergoed voor long- of darmkanker. Nu moeten we als ziekenhuis zelf de financiering regelen. Het is van belang dat verzekeraars gaan nadenken over een nieuw systeem voor vergoeding, dat aansluit bij de ontwikkelingen. Bij individuele therapie is er immers geen tweede patiënt die precies dezelfde tumor heeft.

Betaalbaar

We zijn nu op het punt dat de methodiek betaalbaar is. In 2001 werd de code van het menselijk DNA opgehelderd, voor de prijs van 2,7 miljard dollar. Nu kunnen we de DNA-code van een tumor in circa twee weken bepalen voor ruwweg vijfduizend euro. Naar verwachting zal het over 10 jaar slechts enkele tientallen euro’s kosten om alle mutaties in een tumor op te sporen.

En er zijn inmiddels ongeveer tien geneesmiddelen die selectief werken tegen kankercellen met specifieke DNA-afwijkingen. Dat aantal zal groeien. Deze nieuwe kankergeneesmiddelen heten ‘doelgerichte therapieën’, omdat ze heel specifiek aangrijpen op ontregelde processen in de kankercel. Je hoeft zo’n middel alleen aan te bieden aan patiënten met specifieke DNA-veranderingen. Patiënten zonder die mutaties kun je de therapie besparen. Individuele therapie is er nu nog voor slechts een beperkte groep patiënten. Het is onze ambitie om dit voor alle patiënten te realiseren.

De kosten van de zorg zullen worden beperkt doordat patiënten niet langer onnodig dure geneesmiddelen krijgen. De patiënt krijgt het meest werkzame geneesmiddel dat het best bij hem past, met meer kans op succes en minder kans op bijwerkingen. Dat is een hoopvol vooruitzicht