Het onderzoek daarnaar gebeurt daarom zo snel mogelijk, vertelt longarts Joop van den Brand van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort. “Sneldiagnostiek zorgt ervoor dat de patiënt zo kort mogelijk in onzekerheid zitten.” Mensen bij wie op een longfoto een ‘vlekje op de longen’ is gezien, worden door de huisarts doorverwezen naar het ziekenhuis.

“We beginnen dan met een PET/CT-scan waarmee we zien of het vlekje een tumor is en ook of er misschien uitzaaiingen zijn”, vertelt Van den Brand. “Op dezelfde dag na de scan komt de patiënt bij de longarts, die het aanvullend onderzoek afspreekt voor de dag daarna.

De dokter kan met de scan gericht per patiënt zien waar precies een zogeheten biopt genomen moet worden: een stukje weefsel dat we weghalen om te achterhalen of het om kanker gaat en welke behandeling nodig is. Het voordeel van deze werkwijze is dat de bronchoscopie bij een groot deel van de patiënten niet meer nodig is. Dat kijkonderzoek in de longen ervaren patiënt vaak als belastend. De werkwijze is hierdoor meer op maat, met minder belastend onderzoek en vaak een snellere diagnose.”

Oncologieverpleegkundige

Twee tot drie dagen na het aanvullend bioptonderzoek komt de patiënt weer bij de longarts om de uitslagen te bespreken. “Door de biopten hebben we al stukjes van de tumor in handen”, zegt Van den Brand. “Daarmee kunnen we het DNA van de tumor bepalen. Dat is nodig voor de nieuwe doelgerichte behandelingen die tegenwoordig mogelijk zijn bij een deel van de patiënten en die betere vooruitzichten geven bij longkanker. Voor zo’n DNA-bepaling is dan dus geen apart biopt meer nodig.”

Door de biopten hebben we al stukjes van de tumor in handen.

In dit hele proces speelt de oncologieverpleegkundige een grote rol. Het is immers een heftige periode, met heel veel vragen en emoties. De oncologieverpleegkundige is aanwezig bij het uitslaggesprek met de longarts en is vanaf dan een belangrijk aanspreekpunt voor de patiënt. “De oncologieverpleegkundige is er voor zowel praktische vragen als emotionele ondersteuning”, vertelt Van den Brand. “Ze heeft een eigen spreekuur en is heel laagdrempelig te bereiken. Bij de dokter voelen mensen zich vaak niet zo vrij om alles te vragen, maar bij de verpleegkundige durven zij dat wél. De oncologieverpleegkundige is echt een rots in de branding voor onze patiënten.”