Cok Milatz

Directeur van recreatie- en attractiepark Linneaushof

Hier in Europa’s grootste speeltuin zien we natuurlijk veel spelende kinderen. Vaak komen ze hier zo rond hun derde jaar binnen. Ze beginnen dan in de zandbak en eindigen op de driewielers van onze peuter- en kleutertuin.

Zijn ze een paar jaar ouder dan zie je ze steeds meer uitdaging zoeken. Vooral de jongens, die hebben echt behoefte aan stoer doen, stoeien, écht dat mannetjesgedrag. Dat is heel natuurlijk en daar zouden ze ook de ruimte voor moeten krijgen. Of dat nu niet genoeg gebeurt? Recent verschenen er weer berichten in de media dat meisjes het op de middelbare school beter doen dan jongens, dus zeg het maar.

Veiligheid speeltoestellen

De normen voor de veiligheid van speeltoestellen zijn vastgelegd in het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen. Maar veilig is in dit kader een relatief begrip, honderd procent veilig kan niet en moeten we ook niet willen.

De wet laat ook expliciet ruimte voor het risico op een blauwe plek of ander klein letsel. Het doel van de regelgeving is vooral het uitsluiten van blijvend letsel.

Ook mag geen sprake zijn van verborgen gebreken en moet het eventuele risico door een kind in te schatten zijn. Kinderen mogen bijvoorbeeld niet bovenaan een glijbaan met een koordje van hun jas kunnen blijven hangen.

Actief vermaak

Bij Linnaeushof werken wij met het concept ‘actief vermaak’. Dat houdt in dat wij kinderen prikkelen om actief te spelen, hun spierkracht en fantasie te gebruiken en sociale vaardigheden te ontwikkelen.

Sommige gezinnen kiezen ervoor om met hun jonge kinderen naar een groot attractiepark te gaan. Daar staan zij in lange rijen te wachten voor een attractie, vervolgens gaan ze zitten, de beugel gaat dicht en ze worden passief vermaakt. Jammer, want kleuters hebben juist behoefte aan lekker zelf actief spelen.