Mevr. Chris Boonman is urologie verpleegkundige en leert patiënten zelf katheteriseren. Zij vertelt: “Voor een ongestoorde plas moet de blaas over een goede opslagfunctie en een goede ontledigingsfunctie beschikken. Zowel de vulling fase als de plas fase kan verstoord raken en dat leidt tot een veranderd plaspatroon en/of onwillekeurig urineverlies.”

De in de nier gevormde urine vult de blaas min of meer continu tot de functionele capaciteit van de blaas bereikt is (normaal 350 - 500 ml). Als dat volume be- reikt is, ontstaat een dringend gevoel van aandrang. De blaas trekt zich samen en de sluitspier ontspant zich. Hierdoor kan iemand onbelemmerd plassen.

“Bij diverse neurologische ziektebeelden (MS, Parkinson, dwarslaesie etc) worden de signaaltjes tussen hersenen en de blaas niet goed of helemaal niet doorgegeven. Ook bij een vergrote prostaat, bij vernauwingen in de plasbuis en na gynaecologische en urologische operaties zien we vaak dat mensen niet goed in staat zijn de blaas voldoende te ledigen. Ze kunnen dan soms niet of slechts gedeeltelijk de blaas leegplassen.”

Er zijn verschillende manieren om de blaas te legen als dat niet meer vanzelf lukt. Soms kan dit met een verblijfskatheter. Dit is een slangetje wat op een kraantje of urinezak wordt aangesloten en meerdere dagen of weken kan blijven zitten.“Onze voorkeur gaat echter uit naar eenmalige katheters omdat deze minder kans op infecties geven.

Een of meerdere keren per dag maakt de patiënt met een slangetje de blaas leeg (zelfkatheterisatie). Hoe vaak dat nodig is, hangt af van hoeveel de patiënt zelf kan plassen.” Katheters bestaan in verschillende uitvoeringen en de urologie verpleegkundige bepaalt samen met de patiënt welk katheter het meest geschikt is.