Prof. dr. Huub van der Vaart

De landelijke richtlijnen schrijven als standaardbehandeling bekkenbodemfysiotherapie voor, maar de onderzoekers bepleiten dat ook een operatie als eerste keus wordt besproken. "Het past in ons streven naar zorg op maat", zegt hoofdonderzoeker en hoogleraar gynaecologie van het UMC Utrecht en tevens gynaecoloog en medisch directeur bij Bergman Clinics Vrouwenzorg prof. Huub van der Vaart. Zes vragen aan hem over de verschillende behandelwijzen en de wenselijkheid van één gezamenlijk protocol.

Welke verschillen kwamen naar voren in het onderzoek?

"We hadden twee onderzoeksgroepen. Van de onderzoeksgroep die een operatie onderging, trad in ruim 90 % een grote verbetering op, tegenover 32 % van de vrouwen die met bekkenfysiotherapie waren gestart. Overigens onderging van die laatste groep 49 % binnen een jaar tevens een operatie. Het aantal vrouwen dat geheel klachtenvrij werd, was 85 % na de operatie en 53 % na fysiotherapie. Bij één op de tien vrouwen die geopereerd werden, traden milde complicaties op, zoals bloeduitstorting, aandrangincontinentie, of een prikkelbare blaas."

Hoe belastend is de operatie?

"Het kan in dagbehandeling. Meestal krijgt de vrouw een korte narcose of ruggenprik. Er wordt een klein sneetje gemaakt van één centimeter onder de plasbuis. Daardoor wordt een hangbandje onder de plasbuis aangebracht. We testen op dit moment een nieuwe methode met een roesje en een plaatselijke verdoving. Als de vrouw wakker wordt, vragen we haar te hoesten en kunnen we aan de hand van het eventuele urineverlies het bandje iets strakker of minder strak aanspannen. Daarmee verwachten we de effectiviteit nog verder te kunnen verbeteren. De gemiddelde pijnscore na de operatie is gemiddeld 2 op een schaal van 10. Qua effectiviteit zitten we op een patiënttevredenheid van 95 %."

Voor welke vrouwen is fysiotherapie de beste oplossing?

"Voor vrouwen met lichte inspannings-urine incontinentie is bekkenbodemfysiotherapie de beste oplossing. Meestal gaat het dan om 9 à 18 behandelingen van een halfuur. Er zijn vrouwen bij wie de klachten daarvoor sterk afnemen. Andere vrouwen zien op tegen een operatie en hebben liever fysiotherapie. Belangrijk is wel dat ze ook daarna gemotiveerd blijven om oefeningen te doen. Soms is fysiotherapie nodig als nabehandeling van de operatie. Wanneer bijvoorbeeld de spanning van de bekkenbodemspier na het plaatsen van het bandje te hoog is, kan fysiotherapie deze spier leren te ontspannen."

Zijn de onderzoeksresultaten voldoende bekend bij iedereen?

"Er zijn verschillende nationale in internationale richtlijnen voor de verschillende beroepsgroepen. Het onderzoek doet de aanbeveling om naast de fysiotherapie ook het bandje als eerste behandeling te bespreken met de vrouw. Omdat de onderzoeksresultaten vrij recent zijn gepubliceerd, zijn waarschijnlijk nog niet alle huisartsen en andere zorgverleners ervan op de hoogte. Wel zijn verschillende beroepsgroepen erbij betrokken. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in samenwerking met geregistreerde bekkenfysiotherapeuten. Ook urologen en gynaecologen hebben meegedaan, zowel van universitaire centra als niet-academische ziekenhuizen."

Gaan de beroepsgroepen verschillend te werk?

"De Kliniek voor Vrouwenzorg in Amsterdam en Bilthoven werken met een model waarbij we de risicofactoren van vrouwen door een paar eenvoudige kenmerken, zoals leeftijd en de ernst en de vorm van urineverlies, in kaart brengen. Aan de hand daarvan kun je voorspellen welke behandeling het beste is voor de betreffende vrouw. Met een aantal huisartsen in onze regio's werken wij samen aan de invoering van één wetenschappelijk onderbouwd protocol, waarmee wij zorg op maat kunnen bieden. Het zou niet uit moeten maken wie de behandeling initieert, het gaat om wat voor de cliënt het beste is."