Dat zijn vrouwen, mannen en kinderen boven de zes jaar. Professor Ruud Bosch is uroloog in het Universitair Medisch Centrum Utrecht en hij vertelt er meer over. “Veel mensen weten niet dat ook kinderen incontinentieproblemen kunnen hebben. Het gaat hierbij om kinderen boven de zes jaar. Op incontinentie rust nog steeds een groot taboe en dat is bij kinderincontinentie zelfs nog groter.”

Bosch stelt dat er meer vrouwen dan mannen zijn met incontinentie. “Dat is ook logisch, omdat veel blaasproblemen indirect veroorzaakt worden door bevallingen. Bij wie continent is, heeft de blaas een goede capaciteit, trekt de blaasspier goed samen bij het plassen en werkt de sluitspier goed. Is één van deze drie niet goed, dan kan die persoon te maken krijgen met incontinentie.”

Menopauze

Bij bepaalde ziektes of afwijkingen aan de sluitspier is er vaak sprake van incontinentie. “Het komt veel voor bij vrouwen en vooral in de menopauze. Vaak is er een verzakking ontstaan na een bevalling en tijdens de menopauze wordt het weefsel dunner door afname van hormonen. Bij mannen ontstaan vaak problemen met de sluitspier na een prostaatoperatie.” Ook de blaas zelf kan voor incontinentie zorgen. “Veel mensen hebben een overactieve blaas. Dat leidt overigens niet altijd tot incontinentie. We weten nog te weinig over de onderliggende oorzaak van een overactieve blaas; maar het komt in ieder geval veel voor bij mensen met neurologische aandoeningen zoals MS of de ziekte van Parkinson.”

Overactief

Incontinentie is er in verschillende vormen. “Stressincontinentie of inspanningsincontinentie is urineverlies als de ‘druk’ hoog wordt zoals bij zwaar tillen, hoesten of lachen. In Zuid-Afrika noemt men dit ‘druklek’. Het komt meestal door een niet goed werkende sluitspier. Een andere vorm is aandrangincontinentie, in het Afrikaans ‘dranglek’. Dit komt door een overactieve blaasspier die al samentrekt als de blaas zich begint te vullen, met urineverlies als gevolg.” Een combinatie van deze twee vormen komt ook voor.

Er zijn verschillende behandelmethoden. “Bij stressincontinentie kan bekkenfysiotherapie helpen. Soms is het bij vrouwen met lichte incontinentie zelfs voldoende om een tampon in te brengen die steun geeft aan de plasbuis. Een andere mogelijkheid is een operatie waarbij een bandje onder de plasbuis komt ter ondersteuning.” Bosch stelt dat wel of niet opereren een afweging is van de patiënt. “De uroloog maakt samen met de patiënt een plan, wat is nodig, wat is aanvaardbaar. Een operatie slaagt niet altijd en heeft soms vervelende bijwerkingen.”

Botox

Bij aandrangincontinentie is de impact op het dagelijks leven groter. “Er zijn medicijnen, oefeningen en fysiotherapie. En sinds een paar jaar is er de niet officiële, maar wel toegepaste botoxbehandeling. Via een kijkingreep worden kleine hoeveelheden botox in de blaaswand gespoten die de spier verlammen en de overactiviteit remmen.

Het werkt gemiddeld 6 tot 9 maanden, waarna dit herhaald kan worden.” Als botox niet helpt, zijn ook nog bepaalde vormen van zenuwstimulatie mogelijk. Bosch stelt dat de behandeling van incontinentie jaarlijks vele miljoenen kost. “Daarom is er dringend meer onderzoek nodig om tot betere genezingsmethoden te komen.”