Chris Hagen
Internist en nefroloog bij Meander Medisch Centrum

“Maar liefst tien procent van de Nederlandse bevolking heeft een vorm van nierschade. Dat is inderdaad een heel fors percentage. Naar verwachting zullen er alleen maar meer gevallen bijkomen”, zegt Chris Hagen. Hij is internist en nefroloog bij het Meander MC. Na veel discussie spreekt men nu van Chronische Nierschade (CNS), vertelt Hagen. De term dient als verzamelnaam voor verschillende stadia van nierschade bij patiënten. De nieren - die ons bloed filteren en ervoor zorgen dat afvalstoffen ons lichaam verlaten - hebben naarmate de nierschade een hoger stadium bereikt een verminderde afvalverwerkende capaciteit.

Levensstijl

“Er zijn vijf stadia. Als de capaciteit van je nieren onder de tien procent zit, is er dialyse vereist. Bij het gros van de mensen is dit niet het geval. Zij hebben stadium 1, 2 of 3. Er zijn verschillende oorzaken van nierschade. Bij de meeste mensen is de nierziekte het gevolg van een andere aandoening. Mensen met hart- en vaatziekten, een hogere bloeddruk en diabetes hebben namelijk een verhoogde kans op nierschade. CNS is daarmee dus ook vaak een aandoening die samenhangt met levensstijl; met overgewicht, te veel en te zout eten, roken en drinken. Hierdoor kunnen ook de bloedvaten van de nieren kapot gaan. Slechts een klein deel heeft een aangeboren nieraandoening.”

Het probleem van nierschade is volgens internist Chris Hagen tweeledig. “Mensen met nierschade hebben ook een grotere kans op hart- en vaatziekten en het overlijden daaraan. Daarnaast is de kans aanwezig dat ze op een zeker moment aan de dialyse moeten. Wel is het positief dat men tegenwoordig veel aandacht heeft voor deze serieuze ziekte. Dat geeft mensen ook het inzicht dat er wel degelijk iets tegen is te ondernemen. Door het veranderen van de levensstijl bijvoorbeeld en het verlagen van de bloeddruk, door cholesterolbehandelingen. Met een aangepaste levenswijze en medicatie kunnen we in veel gevallen enerzijds het riscio op hart- en vaatziekten verkleinen en anderzijds het proces van nierschade vertragen”, zegt Hagen.

Opsporing

Maar hoe merken we zelf dat de nieren iets mankeren? “Dat is het probleem: dat merk je vaak niet”, zegt Hagen.“Wel is het zo dat de risicogroep wordt opgespoord. Er bestaan tegenwoordig richtlijnen die voorschrijven dat mensen met bijvoorbeeld een hoge bloeddruk, diabetes en hart- en vaatziekten ook worden gescreend op nierschade. Via een bloedtest kan de huisarts je vrij snel en eenvoudig hierop testen. Hierbij gaat het om de hoeveelheid afvalstoffen in het bloed. Een teveel aan de stof kreatinine wijst er op dat er iets aan de hand is. Soms verwijst de huisarts je door naar het ziekenhuis, andere keren kan hij je verder helpen met bijvoorbeeld medicatie en levensstijladviezen.”

In het algemeen vertonen mensen met nierschade pas echt klachten als zij te maken hebben met stadium 4 van de ziekte. “Er treden klachten op en de afvalstoffen stapelen zich op in het bloed. De bloeddruk schiet omhoog en soms ontstaan er ook aandoeningen aan de botten en bloedvaten. Je kunt daarnaast vocht vasthouden, moe zijn en bloedarmoede hebben. Medicijnen moeten die effecten terugdringen.”

Dialyse

Er is echter een groep die in aanmerking komt voor dialyse. Hierbij neemt een apparaat de reinigende taak op zich en spoelt het bloed, zodat het lichaam de afvalstoffen kwijtraakt. Hierin onderscheidt men grosso modo de hemodialyse en de peritionale dialyse. Hagen is duidelijk: “Een dialyse wens je niemand toe. Naast dat het zeer onprettig is, neem je er maar een klein stukje van het functioneren van de nier mee over. Bovendien overlijdt elk jaar maar liefst 15 procent van de dialysepatiënten. Dat is enorm.”

Grote winst is volgens Chris Hagen wel dat het aantal niertransplantaties door levende donoren is toegenomen. “Over het algemeen doen mensen het na een niertransplantatie erg goed. Bovendien is de kwaliteit van leven daarmee vaak ook een stuk hoger. Voorwaarde voor een niertransplantatie is wel dat iemand zo min mogelijk andere ziekten heeft. Hoewel er nog steeds niet genoeg donoren zijn, hebben de ontwikkelingen een vlucht genomen. Er is veel meer aandacht gekomen voor het onderwerp nierschade. En naast onderzoek en het werk van de Nierstichting is het bijvoorbeeld ook vaker mogelijk dat mensen thuis aan de dialyse kunnen. Maar het kan natuurlijk altijd beter.” Ook de burger zelf kan hierin een rol spelen. “Bijvoorbeeld door minder zout te eten, niet te roken en te drinken en overgewicht zo veel mogelijk te beperken. En laat ook je bloeddruk meten.”