Een opvlieger, zweetaanval, hotflash of een stijger, zoals ik ze wel eens noem.

Vreselijke krengen zijn het, die wanneer je dat toelaat, je hele leven behoorlijk kunnen beheersen. Ze beginnen diep onderin je buik en tergend langzaam verspreidt de verzengende hitte zich naar je hals en gezicht. Ineens zit je middenin een reclame voor zontomaatje en paniekerig voel je hoe het zweet je aan alle kanten uitbreekt. Degene waarmee je staat te praten kijkt je licht verontrust aan of doet hard zijn best om net te doen alsof je niet de roodste kop aller tijden hebt gekregen. Jemig, wat zou het op dat moment toch fijn zijn als de grond open zou barsten en je langzaam in een gat zou kunnen verdwijnen. Je kunt geen kant op dus laat je, je lichaam overnemen door die allesoverheersende hitte.

Hevig zwetend en met een hoofd dat bijna paars is geworden praat je verder en probeer je krampachtig de indruk te wekken, dat er weinig aan de hand is. De mensen om je heen kijken je inmiddels ook maar meewarrig aan. Soms zit er een blik van herkenning tussen en wissel je snel een blik van verstandshouding naar elkaar.

Wanneer je niet snel genoeg bent met het vermelden van je persoonlijke hittegolf, krijg je de vraag waar ik altijd wat moeite mee heb. ‘Heb je het warm, meid?’ Jemig, dat zie je toch?! Het zweet spuit van alle kanten uit mijn lijf en gezicht dus laat me met rust en focus je op iets anders, alsjeblieft. Gehoorzaam antwoord je, ‘Ja, ik krijg een opvlieger,’ terwijl je paniekerig zoekt naar iets wat kan fungeren als waaier. Je wordt daar een expert in, want het lukt mij zelfs om met een zak sla, mijzelf wat koelte toe te wapperen.

Zo komt vaak het gesprek op de overgang en al haar charmante bijkomstigheden. De meest opbeurende horrorverhalen krijg ik dan te horen. Ik kap dat soort gesprekken af en vlucht naar huis waar ik mij ontdoe van zoveel mogelijk kleding om heerlijk ongegeneerd uit te kunnen dampen en mijzelf, voor heel eventjes dan, een beetje zielig te vinden.