Oestrogeenafname

Het dalen van de oestrogeenspiegel veroorzaakt bekende klachten als opvliegers en nachtelijke transpiratieaanvallen. Wanneer de oestrogeenafname langer duurt, ontstaan vaak ook vaginale klachten zoals een droge en gevoelige vagina, afscheiding, jeuk en soms ook bloedverlies. Die klachten kunnen pijn en irritaties veroorzaken tijdens het vrijen maar ook tijdens bijvoorbeeld fietsen.

Urogenitale atrofie

“Door het blijvend tekort aan oestrogeen krijgen veel vrouwen last van urogenitale atrofie”, vertelt Monique Brood, arts endocrinologische gynaecologie, aan het Amsterdam UMC. “Het slijmvlies van de vagina wordt blijvend dunner en kwetsbaarder. De klachten die daarmee gepaard gaan kunnen de kwaliteit van leven beïnvloeden. Zeker omdat vrouwen, vaak uit schaamte, niet direct naar hun huisarts gaan en eerst allerlei niet-hormonale producten proberen die je bij de drogist kunt kopen.

Probleem is dat veel van die producten ingrediënten bevatten die het vaginale microbioom, het geheel van goede bacteriën en gisten die zich in de vagina bevinden, beschadigen. Bijvoorbeeld omdat ze niet voor de juiste zuurgraad in de vagina zorgen. Ook zitten in veel producten geur- en kleurstoffen en parabenen die meer kwaad dan goed doen. Ze tasten het microbioom aan terwijl juist dat microbioom je vagina beschermt. Vrouwen proberen het probleem te verhelpen, maar het wordt door die pogingen juist erger.”

“Een product dat je tweemaal per week lokaal toedient, met een heel lage dosering hormonen, helpt echt.”

Blijvend probleem

De meeste vrouwen beginnen er niet zelf over als ze bij de huisarts zijn. “Veel huisartsen vragen er helaas niet naar”, stelt Brood. “Dat is jammer, want iedere vrouw komt in de overgang en iedere huisarts heeft vrouwen in het patiëntenbestand. Als je weet dat bijna vijftig procent van de vrouwen last heeft van een droge vagina en dat het probleem blijvend is, dan lijkt het mij heel belangrijk dat die vrouwen serieus worden genomen en dat er echt iets wordt gedaan aan dat probleem. Het is namelijk zeker mogelijk om de klachten te verminderen.”

Hormoontherapieën

Brood doelt op hormoonsuppletie. “Hormoontherapieën hebben nog altijd een negatieve bijklank. Dat komt doordat in het verleden te hoge doseringen en te sterk werkende hormonen werden gebruikt voor behandeling van overgangsklachten. Door die hoge doseringen ontstonden ongewenste bijwerkingen, zoals een hogere gevoeligheid voor borstkanker. In de producten voor vaginale toepassing zijn die doseringen juist heel laag. En er is geen enkel wetenschappelijk bewijs dat die lage doseringen ook dergelijke bijwerkingen hebben.

Bovendien is er lokaal laag gedoseerde hormoontherapie beschikbaar die je maar twee keer per week hoeft aan te brengen om klachtenvrij te zijn. Die lage frequentie, gecombineerd met de lokale toediening en de lage dosering, maakt dat het lichaam zich steeds voldoende kan herstellen. Het is, naar mijn ervaring, een prima behandeling die ook echt werkt. De onderzoeken zijn overigens beperkt tot twaalf maanden gebruik en meer lange termijn onderzoek moet nog gedaan worden.”

DMS Guidelines

Afgelopen jaar heeft de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG) een nieuwe richtlijn (Dutch Menopause Society Guidelines) geschreven voor de behandeling van ernstige problemen als gevolg van hormoonveranderingen rondom de menopauze. “Ik heb daaraan meegewerkt”, vertelt Brood. “Aan deze richtlijn is een praktische handleiding toegevoegd waarin de lagere doseringen duidelijk worden beschreven en waarbij estriol, als middel voor lokaal laag gedoseerde hormoontherapie, als eerste keuze wordt genoemd.”

“Ga niet zomaar zelf dokteren. Vraag advies aan je huisarts.”

Lokale toediening

Lokale toediening heeft volgens Brood de voorkeur boven systemische hormoonsuppletie. “Bij systemische therapie gebruik je pillen, plak je pleisters of gebruik je een gel of spray op de huid om opvliegers en transpiratie-aanvallen te voorkomen. Dat betekent dat de hormonen door je lichaam circuleren. Die producten hebben doorgaans een hoger hormoongehalte. Gebruik je het product lokaal, bij urogenitale atrofie dus in de vagina, dan voldoet een veel lagere dosering en met een zwakker werkzaam oestrogeen. De vagina is namelijk heel gevoelig. Je brengt het product direct aan op de plek waar het nodig is waardoor het ook daar direct werkt. Vroeger dacht men dat een hogere dosering beter zou werken. Nu weten wij dat dat niet het geval is.”

Vaginaal microbioom

Meer kennis over de veranderingen die de menopauze teweegbrengt, is een absolute voorwaarde om vaginale klachten beter te begrijpen en dus ook beter te kunnen behandelen. “Het gaat om meer dan een droge vagina. Wat ook meespeelt is dat, als gevolg van het wegvallen van oestrogeenproductie, ook het vaginale microbioom verandert. Door die verandering wordt de vagina kwetsbaarder. Als je dan ook nog eens je vagina wast met allerlei zeepjes of crèmes of glijmiddelen gebruikt die stoffen bevatten die de vagina irriteren en het microbioom verder beschadigen, maakt dat de vagina nog kwetsbaarder. Met behulp van oestrogeensuppletie kun je het microbioom beschermen en zelfs gedeeltelijk herstellen. Ga dus niet zomaar zelf dokteren. Vraag advies aan je huisarts.”

* Monique Brood is in dit artikel geraadpleegd als onafhankelijk expert, er was geen sprake van een tegemoetkoming van Gedeon Richter naar haar toe.