Overgangsklachten

Vrouwen komen wel naar de praktijk als ze denken dat een klacht niet te maken heeft met de overgang. “Bijvoorbeeld als ze heel slecht slapen of zich zo somber voelen dat ze bang zijn voor een depressie. Dat is natuurlijk prima, maar als ik dan kijk naar hun leeftijd en doorvraag naar bijvoorbeeld opvliegers, overmatig transpireren en andere bekende overgangsklachten, dan blijkt dat ze daar vaak ook last van hebben.

Ze maken daarvoor alleen geen afspraak en praten er vaak niet over omdat ze vrijwel zeker weten dat het te maken heeft met de overgang. Daarbij vinden helaas veel vrouwen, en jammer genoeg ook nog steeds heel wat artsen, dat de overgang nu eenmaal bij het leven hoort en dat je er dus maar mee moet leren leven.”

“Als je ergens last van hebt, dan ga je naar je huisarts. Zo simpel is het.”

Grote gevolgen

‘Er maar mee leven’ kan echter grote gevolgen hebben. Uit onderzoek van bedrijfsarts Mariëlle van Aalst en de Overgangskliniek van het Nij Smellinghe ziekenhuis in Drachten blijkt bijvoorbeeld dat drieëndertig procent van het ziekteverzuim bij gezonde werkende vrouwen te maken heeft met overgangsklachten. “Ik merk bij mijn patiënten dat ze zich, soms zelfs ernstig, laten beperken in hun vrijheid door die klachten”, stelt Kerstens.

“Het heeft echt een enorme impact op hun leven. Ze doen alleen het hoognodige, gaan nog wel naar hun werk als het kan, maar schrappen alle leuke en sociale activiteiten uit hun agenda. Ze gaan bijvoorbeeld niet meer uit, niet meer op bezoek bij familie en vrienden en sporten niet buitenshuis. Simpelweg omdat ze bang zijn dat ze ineens zo’n opvlieger krijgen.”

Zich afzonderen

Juist in een periode als de overgang wanneer onder meer sporten en sociale contacten je kijk op het leven wat positiever kunnen maken, zonderen vrouwen zich af. Ze voelen zich onzeker en zijn liever thuis. Daar kunnen ze zich indien nodig douchen en omkleden als dat nodig is. Het risico is echter dat ze zich steeds meer geïsoleerd gaan voelen. Toch gaan ze liever niet naar hun huisarts omdat ze weten dat die klachten immers op den duur weer overgaan. Ze willen niet zeuren over iets dat niet te maken heeft met ‘ziek zijn’.

“Het is beslist geen zeuren”, vindt Kerstens. “Wat mij betreft is de afweging heel simpel. Als je ergens last van hebt, dan ga je naar je huisarts. Met hoofdpijn of maagpijn komen mensen wel naar ons toe. Waarom dan niet als je last hebt van opvliegers of overmatig transpireren? Je huisarts is je eerste aanspreekpunt. Juist je huisarts kan je helpen. Hij of zij kent je als geen ander en weet precies wat er voor mogelijkheden zijn. Daarbij kun je niet alleen denken aan therapieën maar ook aan leefstijl- en voedingsadviezen.”

“Overgangsklachten als overmatig transpireren beperken je vrijheid.”

Richtlijn voor huisartsen

De afgelopen jaren is er een aantal boeken verschenen over de overgang. “Ik ben enorm blij met dit soort boeken en met de aandacht van de media voor die boeken. Het is hoog tijd dat vrouwen én mannen zich realiseren dat het niet de bedoeling is dat je de periode van de overgang als een lijdensweg ervaart. Ook artsen zijn zich er steeds meer van bewust dat ze veel meer voor hun patiënten kunnen en zelfs moeten betekenen.

Als arts leer je tijdens de basisopleiding uiteraard over wat de overgang is, maar er is weinig aandacht voor behandeling. Huisartsen hebben een richtlijn waarin alle behandelopties staan. Deze richtlijn is in samenwerking met de beroepsvereniging voor gynaecologen opgesteld en wordt steeds bijgewerkt. Daarnaast zijn er voldoende nascholingen te volgen over dit onderwerp.”

De praktijk waar Kerstens werkt heeft een goede samenwerking met gynaecologen en er is ook sprake van collegiaal en intercollegiaal overleg. “Steeds meer huisartsen en huisartspraktijken hebben een groot netwerk en weten veel meer over de overgang dan vroeger. Dus heb je klachten? Ga dan naar je huisarts!”