De meest bekende overgangsklachten zijn opvliegers en nachtelijke transpiratie, maar soms hebben vrouwen last van nog meer klachten. “Vrouwen kunnen last krijgen van menstruatiestoornissen, slecht slapen, vermoeidheid, hartkloppingen, stemmingswisselingen, seksuele problemen, spier-en gewrichtsklachten, gebrek aan concentratie, meer urineverlies of hoofdpijn, vaker blaasontsteking en soms angst- en paniekaanvallen,” legt Dorenda van Dijken uit, gynaecoloog in het OLVG West in
Amsterdam en voorzitter van de Dutch Menopause Society.

Uit balans

Sommige klachten zijn deels door andere klachten te verklaren. Als je bijvoorbeeld slecht slaapt door het nachtzweten, raak je vermoeid en kun je concentratieproblemen op je werk en stemmingswisselingen krijgen. De overgang is een proces dat twee à tien jaar kan duren.  Sommige vrouwen raken in die periode volledig uit balans door hun klachten op basis van tekort aan oestrogeen. Voor een grote groep vrouwen kan het helpen om het tekort van oestrogeen aan te vullen met hormoontherapie. Dr. Van Dijken: “Je komt tijdens de overgang in een tweede puberteit.

Met hormoonsubstitutie kun je die overgang makkelijker maken en klachten verminderen. Vrouwen zonder baarmoeder kunnen gewoon oestrogeen innemen. Voor vrouwen die nog wel hun baarmoeder hebben, moet dit altijd in combinatie met progesteron gebeuren. Dit hormoon zorgt er namelijk voor dat er niet teveel slijmvlies aan wordt gemaakt in de baarmoederholte. Overmatige aanmaak van slijmvlies kan onrustige cellen geven en zelfs baarmoederkanker. Dus het progesteron is ter bescherming van baarmoederkanker.”

“Van alle vrouwen in de overgang heeft tachtig procent klachten”

Hinderlijke klachten

Hormoonsubstititutie werkt anders dan de anticonceptiepil. Deze laatste bevat een ander type oestrogeen en neemt de hele hormoonhuishouding over en legt de eigen hormoonaanmaak plat. Bij hevig bloedverlies kan dat een voordeel zijn. Hormoontherapie vult daarentegen een tekort aan, is dus veel lichter en werkt ook niet als anticonceptie. Op de vraag voor wie hormoonsubstitutie geschikt is, is Dr. Van Dijken duidelijk.

“Van alle vrouwen in de overgang heeft 80 procent klachten. Daarvan heeft 28 à bijna 30 procent hinderlijke klachten waardoor ze belemmerd worden in hun dagelijkse functioneren. Uit onderzoek blijkt dat eenderde van de vrouwen met een leeftijd tussen 44 en 60 jaar zich ziek meldt door klachten gerelateerd aan de overgang. In de NVOG en NHG richtlijnen staat dat deze groep vrouwen in aanmerking komt voor hormoonbehandeling. Voor vrouwen onder de 40 jaar en die dus vervroegd in de overgang komen, is hormoontherapie zelfs een noodzaak. Zij komen veel te vroeg in een levensfase die niet bij hen past waardoor zij te vroeg met zaken als botontkalking of hart-en vaatziekten te maken krijgen.“

Risico’s

In landen als de VS wordt hormoontherapie ook preventief ingezet. Voor vrouwen die een verhoogd risico hebben op depressieve klachten maar ook bij vrouwen met een verhoogd risico op hart-en vaatziekten. Volgens de gynaecoloog loopt Nederland hier in achter, omdat er -  onterecht – iets negatiefs kleeft aan hormoontherapie.

Hoewel er wel tromboserisico bestaat bij oraal gebruik van hormonen, is deze weer veel lager dan bij gebruik van de anticonceptiepil. Ook is er niet in alle gevallen een risico op borstkanker zoals veelal wordt gesuggereerd. Dit geldt alleen voor vrouwen met een baarmoeder die naast oestrogeen ook een bepaalde type progesteron gebruiken. Het risico is dan gekoppeld aan het type progesteron en ook aan de duur van het gebruik.

Vaak is er pas na jaren een heel licht verhoogd risico op borstkanker. Factoren als overgewicht, alcoholgebruik en leeftijd spelen ook een belangrijke rol bij het risico op borstkanker. Vrouwen die geen progesteron dienen te gebruiken (bijvoorbeeld bij afwezigheid van baarmoeder), hebben juist weer een laag risico op borstkanker. Anderzijds kunnen de tromboserisico’s ook weer verminderd worden door hormoontherapie via de huid toe te dienen middels een pleister, gel of spray.

Op maat

Uit onderzoek is aangetoond dat bij vrouwen de overgangsklachten spectaculair verbeteren  door hormoontherapie. Dr. Van Dijken pleit dan ook om dit zeker als een mogelijke behandeling in te zetten. Belangrijk is wel dat er individueel (per patiënte) een risicoprofiel wordt gemaakt.

 “Als arts kijk je naar welke klacht er op de voorgrond staat en wat de risicofactoren zijn. De behandeling moet altijd op maat zijn. Er is steeds meer mogelijk om overgangsklachten te verbeteren. Ik wil iedere vrouw dan ook op het hart drukken om niet rond te blijven lopen met menopausale klachten. Ga op zoek naar goede informatie, ga naar je behandelende arts en oriënteer je op de mogelijkheden.”

*Dorenda van Dijken werd in dit artikel geraadpleegd als onafhankelijk expert. Bij deze samenwerking is geen sprake geweest van een financiële tegemoetkoming.