Arnold Vulto

Professor Dr. Arnold Vulto
Hoogleraar Ziekenhuisfarmacie aan het ErasmusMC in Rotterdam

Professor Dr. Arnold Vulto is hoogleraar Ziekenhuisfarmacie aan het ErasmusMC in Rotterdam. Hij vertelt over de verschillen en hij legt uit wat biosimilars zijn en welke voordelen deze geneesmiddelen hebben voor onder andere reumapatiënten.

Er bestaan twee groepen geneesmiddelen, chemische middelen en biologische middelen. Een biologisch geneesmiddel bevat één of meer werkzame stoffen die zijn gemaakt door een levend organisme zoals bacteriën, schimmels, dierlijke of menselijke cellen. Soms zijn deze stoffen al in het lichaam aanwezig, bijvoorbeeld insuline en groeihormoon.

Vulto: “Chemische geneesmiddelen zijn altijd identiek, biologische geneesmiddelen zijn dat niet omdat deze een mengsel van isovormen zijn en er altijd iets verschil in zit. De moleculen uit de cellen zijn nooit 100 procent zuiver, maar dat heeft geen effect op de werking van het geneesmiddel. “

Hoge eisen

Vulto legt uit dat op elk geneesmiddel patent wordt aangevraagd om het te beschermen tegen namaken. “Een geneesmiddel heeft een bepaalde ontwikkeltijd en het patent loopt een keer af. Is dat het geval, dan mag het nagemaakt worden. Het nagemaakte chemische geneesmiddel heeft dezelfde werkzame stof(fen) en is altijd vele malen goedkoper dan het originele geneesmiddel, terwijl de werking precies hetzelfde is.”

Door het kopiëren blijven de geneesmiddelen wel biologisch, maar heten ze nu ‘biosimilars.

Biologische geneesmiddelen worden ‘biologicals’ genoemd en op deze middelen rust ook altijd een patent. Maar ook dit loopt een keer af en dan worden deze geneesmiddelen gekopieerd. Er worden hoge eisen aan deze producten gesteld en het proces is niet gemakkelijk. Moleculen moeten gekopieerd kunnen worden en op elkaar passen.

Door het kopiëren blijven de geneesmiddelen wel biologisch, maar heten ze nu ‘biosimilars. Omdat het om biologisch materiaal gaat, kunnen er altijd kleine verschillen zijn.” Vulto benadrukt echter dat de werkzaamheid én de veiligheid van een bio similar niet anders is dan bij een ‘bio logical’.

“Bij biosimilars is in het laboratorium al aangetoond dat het middel veilig is en goed werkt omdat we dit weten van het origineel. De bewijsvoering daarna door het op honderden patiënten te testen, is daarom niet nodig.”

Dezelfde werking

Professor Vulto zegt dat hij een bepaalde ongerustheid bespeurt onder patiënten die biosimilars voorgeschreven krijgen. “Het lijkt wel of er een patientenfluisteraar rondwaart die hen vragen in het oor fluistert die zij zelf niet zouden kunnen verzinnen. In de farmaceutische industrie gaan natuurlijk miljarden om en veel patiëntenverenigingen zijn goed bevriend met de farmaceutische industrie.

”Vulto geeft een voorbeeld: “Een reumapatiënt ‘kost’ aan biological medicatie 15.000 euro per jaar. Met een biosimilar middel zou dit de helft zijn, terwijl de werking precies hetzelfde is. Een grote groep patiënten stáát echter op een bepaald geneesmiddel en maakt daardoor de zorg duurder dan nodig is.”

Geneesmiddelen lijken hét middel om zorgkosten onnodig hoog te houden of ervoor te zorgen dat er geld vrijkomt voor andere dingen. “Het is nog niet algemeen geaccepteerd dat als molecuul hetzelfde is, het ook hetzelfde doet. Omdat een bio similar een kopie is van het origineel, is het niet nodig om alle testen te herhalen. In een laboratorium worden alle meetpunten gecontroleerd.”

Betaalbaar

“Dokters moeten weten welk middel ze voor moeten schrijven en patiënten dienen goed geïnformeerd te worden”, stelt Vulto. “Als de biologicals structureel vervangen worden door biosimilars, kan er 300 miljoen bespaard worden. Dat geld kan gebruikt worden voor de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen of de kosten van kostbare medicatie kunnen omlaag zodat een groter groep patiënten daar gebruik van kan maken.

Dat biosimilars goedkoper zijn dan het origineel, verandert soms ook de denkwijze over behandelingen.

Dat biosimilars goedkoper zijn dan het origineel, verandert soms ook de denkwijze over behandelingen. Bijvoorbeeld waar men kinderen behandelt met ‘lapmiddelen’, kiest met nu vaker voor een biosimilar omdat een dergelijke biologische behandeling inmiddels betaalbaar is.” Vulto ziet het als een win win situatie: “Als de kosten dalen, kunnen meer mensen er gebruik van maken.”

Vulto stelt dat de farmacie vaak de hakken in het zand zet als het om biosimilars gaat. “Het gaat om geld, veel geld. En regelmatig gebruiken ze ‘framing’ om een emotionele lading aan een beslissing te hangen. Daar worden vaak drie woorden bij gebruikt; 1. Switchen, 2. Uitwisselbaarheid en 3. Substitutie.

Wij gebruiken deze woorden nooit. We gebruiken wel 1. omzetten of overstappen. Uitwisselbaarheid betekent dat als de uitkomst hetzelfde is, de dokter beslist welke medicatie voorgeschreven wordt. En woord 3 betekent dat een apotheker zonder medeweten van de dokter een ander geneesmiddel geeft. Dat gebeurt in Nederland niet.”