Aan het woord is Ben Feilzer, orthopedisch chirurg bij Bergman Clinics Bewegingszorg in Naarden. Hij is gespecialiseerd in knie-operaties en zo een soort superspecialist binnen de orthopedie. Feilzer ziet en behandelt veel ‘versleten knieën’ en zelfs topsporters kloppen bij hem aan. “Alleen knieën behandelen vind ik leuk en leerzaam. Je krijgt veel routine maar leert ook steeds weer bij doordat ik ook de meer ingewikkelde situaties zie. Collega’s van mij zijn gespecialiseerd in de rug of de heup. Wij hebben allemaal ruime ervaring. Daardoor krijg je een beter gevoel voor wat je doet en ben je meer gespitst op de oorzaak van het probleem. Alle behandelingen die wij bieden worden bovendien volledig vergoed door zorgverzekeraars. ”

Meer tijd

Iemand met klachten aan een gewricht gaat eerst naar de huisarts. Die verwijst de persoon door naar een specialist, in een ziekenhuis of in een ZBC (Zelfstandig Behandel Centrum). Ivo Piest, clinic manager bij Bergman Clinics, noemt een belangrijk verschil tussen die twee: “Bij ons ziet de patiënt eerst de zorgconsulent. Die doet veel voorwerk voor de arts, zodat die effectief meer tijd heeft voor de patiënt. De arts kijkt samen met de patiënt naar de foto’s van het gewricht, vertelt de diagnose en legt uit wat de behandelmogelijkheden zijn. Ook de mogelijke complicaties worden besproken. De patiënt krijgt nog een lichamelijk onderzoek en gezamenlijk wordt een operatiedatum bepaald. Dit alles gebeurt op één ochtend.”

Vóór de operatie kan de patiënt nog een voorlichtingsavond bezoeken over wat er gaat gebeuren. Ook de rol van de partner komt daarbij ter sprake. “Die heeft een zeer belangrijk aandeel in het herstelproces”, verklaart Feilzer. “Herstel vindt immers vooral thuis plaats, en dat deel wordt steeds belangrijker. Het is daarom goed als de partner weet wat de patiënt wel en niet mag.”

Registreren

Voor een knie-operatie wordt men meestal twee tot drie nachten opgenomen, voor een nieuwe heup één tot twee nachten. Na de operatie kan de patiënt naar huis, met instructies voor het herstel, of eventueel naar een zorghotel voor revalidatie. Later volgt een controleafspraak op de poli, maar tussentijds kan men bij vragen altijd mailen met de gespecialiseerde protheseconsulent.

Onderdeel van deze gespecialiseerde aanpak is dat patiënten voor, tijdens en na de behandeling worden gevolgd en meetresultaten worden geregistreerd. Dit geeft objectief inzicht in het behandelresultaat. “Als alle ziekenhuizen ook op deze manier gaan registreren, kun je goed zien hoe behandelresultaten zich per kliniek verhouden”, zegt Piest. Andere landen registreren al vele jaren gegevens van alle mensen die een prothese krijgen. Daarbij wordt onder andere vastgelegd wat de kenmerken van de patiënt zijn, welk type prothese is gebruikt, hoe de operatie verliep en of er complicaties waren. “Met die gegevens kun je objectieve vergelijkingen en beoordelingen maken Ook in Nederland worden steeds meer data bijgehouden.”

Een verschil is ook dat mensen in een zelfstandige kliniek niet ziek zijn. Dat bepaalt mede de ongedwongen sfeer ‘in huis’. Feilzer: “Ik noem mezelf ook wel eens ‘onderhoudsmonteur’. De mensen die hier komen zijn gezond maar hebben een klein defect aan een gewricht. Als dat defect weg is, kunnen mensen weer verder met hun leven. Daarom is dit dankbaar werk.”